Meziekwinkel 'De Harp'

Henk en Nellie Severs

(Muziekwinkel 'de Harp')

 

De Harp in de Spilstraat:

De Harp was een muziekwinkel waar je allerlei muziekinstrumenten kon kopen, ik kwam er regelmatig langs als kleine jongen toen ik moest gaan schoolzwemmen in het Sportfondsenbad in Wijk, bij terugkomst gingen we vaak bij friture Reitz een zak friet halen met saus en mayonaise, heerlijk. Om de laatste frietjes uit de zak te kunnen halen was het of de zak kapot scheuren of je handen helemaal vol met saus en mayonaise, vaak gebeurde het laatste.

Maar nu terug naar 'De Harp', deze was volgens mij ook de eerste winkel waar je singels kon kopen, weliswaar achterin maar het was er toch gezellig zitten aan een soort bar, het singeltje uitzoeken en dan met een soort koptelefoon met handvatten eraan luisteren. De harp was één van de kleine zelfstandige ondernemers die Maastricht maakte tot een aantrekkelijke stad, zonder deze 'kleine' zaken is een stad gewoon niets anders dan een stad. In de Harp heb ik ook eens een mondharmonica gekocht, gewoon voor de heb denk ik, want spelen erop heb ik nooit geleerd, het glinsterde als een gek, ik denk dat ik een soort ekster was.

Ik kwam op internet (waaranders) een artikel in twee delen tegen geschreven door Harry Knipschild. Met zijn toestemming mocht ik gebruik maken van het artikel, onderstaand is een kleine greep hieruit. Dhr. Knipschild is er in geslaagd om een zeer uitgebreid en persoonlijk artikel te schrijven over De Harp en met name over Henk Severs. Het hele artikel kunt u lezen op deze links Deel 1 en Deel 2 op de blog van Harry Knipschild.. 

Muziekhuis De Harp was een begrip in Limburg. Bekend vanwege de reparatie van alle mogelijke muziekinstrumenten en voor de verkoop van bladmuziek.  Henk Severs ‘runde zijn zaak  met passie  en liefde en volgde intensief alle nieuwe muziektrends alsook aanstormend talent en nieuwe artiesten. Hij lanceerde o.a. Adamo, Rocco Granata en Lucille Star ( in Europa ). Bij een bezoek door de Blue Diamonds aan zijn zaak kwamen er meer dan duizend fans naar de Spilstraat die voor een totale opstopping in de straat zorgden. Hij grossierde in gouden platen en was jarenlang een bekendheid op platengebied in Limburg en In het archief van de familie Severs vind je uit die tijd foto’s van Nellie en Henk met onder anderen in de winkel The Three Jacksons (1953, helemaal uit Rotterdam), Schriebl & Hupperts (1958), Johnny Hoes en de Zangeres zonder Naam (1958), Bruno Majcherek (1960, met Max Fijen) – en elders Rudolf Schock (1955), Vico Torriani, Louis Mariano (1959), Caterina Valente (1960), Peter Koelewijn en Freddy Quinn (1963).

Geschiedenis van de Winkel 1936 - 1976
Uitbater van De Harp, de familie Severs was helemaal niet van Maastrichtse of zelfs maar Limburgse komaf. De ouders van Henk waren afkomstig uit Drenthe. Zijn vader was in Meppel geboren. In het begin van de twintigste eeuw was het tweetal vanuit het noorden helemaal naar Maastricht gekomen en woonde op het Schildersplein in Wyck. Vader Severs, die zelf viool speelde, begon er muziekinstrumenten te repareren. In 1936 opende het echtpaar een eigen zaak op Spilstraat 12, een winkel in muziekinstrumenten. “Alles wat naar muziek rook, werd er verkocht. Van bladmuziek tot accordeons en trompetmondstukken”. Dit was een goed idee. In Zuid-Limburg was er immers geen gebrek aan blaas- en andere muziek. Fanfares en harmonieën kon je overal en het hele jaar door zien rondtrekken door de straten.
Helaas was het crisistijd. In het interview spreekt Henk (geb. 26 mei 1923) dan ook over ‘een droeve boel’. “Moeder Severs zat soms handenwringend bij de kassa, als ze op een dag nog geen rijksdaalder ontvangen had, herinnerde haar zoon zich nog. Want moeder moest de winkel bedienen: vader was bezig in de werkplaats. Met platen begon de familie Severs in 1938. Moeder kocht toen haar eerste Decca-platen van de heer Turell”.   Na een paar jaar verhuisde men in de Spilstraat naar de overkant. Boven was de woning, beneden, nu Spilstraat 13, was de winkel met de werkplaats erachter. 
 

Henk Severs manifesteert zich in de oorlogsjaren en na de bevrijding  
Henk Severs die in de jaren dertig nog op school zat had het niet gemakkelijk. Henk was zwaar lichamelijk gehandicapt. “In zijn jeugdjaren onderging hij talloze operaties. Van zijn ouders erfde hij een opgeruimd gemoed en doorzettingsvermogen. Zo kwam hij tot behoorlijke prestaties. Maastricht voegde er een vleugje cultuur aan toe: eerst op de kunstnijverheidsschool, daarna aan de muziekschool. Na zijn opleiding in Visé, over de grens in Franstalig België, stond hij op het punt stage te gaan lopen bij de Duitse muziekfirma Hohner”. Dat bedrijf produceerde onder andere accordeons en mondharmonica’s. Maastricht ‘lag internationaal’. Ook in de jaren dertig.
 “Maar het ging niet door. De oorlog brak uit. Zo kwam Henk in de werkplaats bij zijn vader en de heer Veenhof. Daar konden ze hem best gebruiken. Nieuwe instrumenten waren er niet meer; die handel lag helemaal stil. Maar er moest gerepareerd worden wat er nog te repareren was. Zijn platenverzameling, die hij al voor de oorlog begonnen was, breidde hij uit door te ruilen. Twee platen voor een”..
 
Vele jaren na de tweede wereldoorlog liet Severs zich tegenover een journalist in details uit over zijn activiteiten tijdens en na de bevrijding van Maastricht. Die noteerde:   “Henkwas helemaal up to date. Hij had de nieuwste muziek uit de States. Bing Crosby, George Gershwin, de immens populaire Glenn Miller met zijn big band. Met dank aan de Duitsers. De Polydor-fabrieken in Hamburg kopieerden namelijk muziek van de Britse radiozender BBC voor Duitse officieren: jazz- en swingmuziek die officieel in nazi-Duitsland verboden was. Een dwangarbeider, die in Hamburg gewerkt had, klopte na de bevrijding bij de muziekzaak van Henks vader in de Spilstraat aan. Of Henk interesse had in 25 platen met Amerikaanse muziek? Nou, dat had hij wel. Want Henk draaide op dat moment ook al plaatjes voor de Amerikanen in de Staarzaal. Maastricht was na de bevrijding rest center voor de GI’s. Even een paar dagen ontspannen en dan weer terug naar het front in de buurt van Aken.  In de Gouden Hoorn aan het Vrijthof was hij in september beginnen te draaien voor de Amerikanen. In zijn door zijn pa gemaakte trekwagen bracht hij vanuit de zaak in de Spilstraat de platen in kartonnen dozen over naar de uitspanning aan het Vrijthof. Gedraaid had hij al vaker in de oorlog. Op feestjes bij zijn vriend Hans Braun, ook aan het Vrijthof”. 

Van het een kwam het ander. Tijdens zijn ‘performances’ na 13 september 1944 werd Henk ‘ontdekt’ door een meneer Smit van de PTT. Of hij geen zin had platen te draaien in de voormalige bunker onder de Sphinx. Twee draaitafels, twee versterkers, een tafel met microfoon waarachter omroeper Eurlings de platen aankondigde of mededelingen van het Militair Gezag doorgaf. De uitzendingen waren via de draadomroep in de Maastrichtse huishoudens te horen. In de meeste keukens hing zo’n bakelieten radio-ontvanger. Henk had de tijd van zijn leven. Vanwege zijn activiteiten voor de Amerikanen, van september 1944 tot mei 1945 toen ook de rest van Nederland bevrijd was, werd Severs later wel eens de eerste deejay van Nederland genoemd in de Limburgse media. “Het woord diskjockey moest nog worden uitgevonden toen Henk het al was”. 

Henk Severs aan het werk na de bevrijding van Nederland  
Vanaf 1945 werkte Henk weer gewoon in de werkplaats van zijn ouders. “De ‘koffiepottentijd’ noemde Henk Severs het. Vooral de koperen blaasinstrumenten hadden zwaar geleden. Omdat de bezetter het op alle koper gemunt had, werden die zo goed mogelijk weggestopt, soms zelfs diep in de grond begraven. Dat had ze natuurlijk niet beter gemaakt. Maar voor Severs was het een nuttige tijd: hij werd specialist in blaasinstrumenten.
Eigenlijk was Henk na de oorlog een ‘dubbele’ figuur. Zijn plaats was in de werkplaats, maar als het nodig was hielp hij ook in de winkel. Tot zijn moeder omstreeks 1950 een tijd ziek werd. Sindsdien bleef hij voorgoed in de winkel. Dat heeft hij nooit betreurd, achter de toonbank stond ook zijn verloofde Nellie Slierendrecht, maar ook, omdat hij vanaf het eerste pick-upje dat de zaak rijk was een bijzondere belangstelling voor de plaat had. Niet zo lang daarna werd er getrouwd en lieten de ouders het jonge paar helemaal de vrije hand in de zaak.“De familie Slierendrecht was evenals de familie Severs niet afkomstig uit Maastricht. Nellie was in Delft geboren, begin december 1927. Haar vader werkte bij het spoor. Om die reden verhuisde het gezin regelmatig naar een andere stad. Zo kwam ze in Maastricht terecht”. Dankzij de kerk vond Henk zijn aanstaande vrouw: “We ontmoetten elkaar op catechisatie” liet hij in een interview afdrukken.
 

Loe Schoonbrood en de Harp

Loe Schoonbrood maakte zelf mee wat het betekende als Henk Severs zich voor een plaat inzette.
“In 1954 ging hij met zijn ouders naar dancing Carlton in de Kleine Staat. Dit was kort na de oorlog een ontspanningsoord van Amerikaanse soldaten. In Carlton was een optreden van het Hollandse orkest van Eddy Christiani met op viool Frans Poptie.

 Loe mocht een liedje meezingen. Eddy Christiani was onder de indruk van hem en bood hem  aan een plaat te maken.

Loe: “Ik was zo jong dat ik nog niet kon lezen. Eddy Christiani  zette zijn eigen zang op een glazen plaat en stuurde die naar Maastricht. Door de glazen plaat een aantal malen af te spelen kon Loe de tekst uit zijn hoofd leren. Omdat er op dat moment geen studio in Holland beschikbaar was namen ze twee liedjes op in een oude bunker in Keulen. Langs de wand waren gele houten kistjes Coca Cola opgestapeld. Misschien wel voor de akoestiek.
De sessie resulteerde in de liedjes ‘Kleine cowboy’ en ‘Moeders verjaardag’. Ze werden uitgebracht onder de naam ‘Loekie – de kleine cowboy’. Bij het uitbrengen van de plaat leerde Loe Henk Severs kennen. Hij zette zich geweldig in. In zijn etalage hing hij een poster op, die overigens door Bovema beschikbaar was gesteld. Mede door zijn inspanningen werd ‘Kleine Cowboy’ een succes. Landelijk zijn er ongeveer 20.000 exemplaren van verkocht.
Er moest een tweede plaat komen. Dat werd ‘Naar het circus’, een nummer dat in Utrecht werd opgenomen. Ook daarvan hing weldra een poster in de etalage van de Harp. De verkoop was ongeveer gelijk aan ‘Kleine Cowboy’. Loe heeft zelfs nog voor de landelijke radio gezongen. Daarvoor moest hij m
et de trein naar Hilversum. Na die twee platen hoefde het voor hem niet  meer. Maar met Nellie en Henk Severs heeft hij altijd contact gehouden”. 

Verkopen met plezier. Platen gaan er in als vlaaien 
Aan zijn goede contacten met Christiani en Bovema hield winkelier Severs nog een mooie trofee over – een gouden plaat voor ‘Zeemanshart’, een van de vele successen van de gitarist/zanger. Henks eerste.
Het is onzeker hoeveel exemplaren er in de Harp verkocht werden van die gouden plaat. Maar langzamerhand werd duidelijk dat er in die kleine smalle winkel in de kleine nogal smalle Spilstraat soms enorme aantallen van een ‘schlager’ over de toonbank konden gaan. Als Henk er iets in zag was hij bovendien bereid om meteen flinke aantallen bij de platenmaatschappij te bestellen. In een artikel uit 1976 werd bijvoorbeeld afgedrukt: “Als eerste bestelde hij bij een platenfabriek, die hem voor gek verklaarde 1.000 78-toerenplaten met carnavalsliedjes. Via de radio hoorde hij de eerste creatie van Johnny Jordaan en bestelde tot ontsteltenis der platenmaatschappij meteen 4.000 platen en was in enkele dagen ‘los’”.
Een artikel in het vakblad (Muziek Mercuur?) had als titel ‘Verkopen met plezier. Platen gaan er in als vlaaien’. De redacteur van het tijdschrift legde de nadruk op de enorm hoge aantallen singles die in de  ‘pijpenla’ van eigenaar veranderden. Bovendien: als Henk  in een nog onbekend item, desnoods van een nog te ontdekken artiest, geloofde, plaatste hij meteen een grote bestelling. Dat was ongehoord.
“‘Onze Henk in Maastricht is niet bekrompen’, had een vertegenwoordiger gezegd. ‘Als die iets in een plaat ziet, bestelt hij meteen 500 of 1000 stuks.
Het klonk wat onwaarschijnlijk. Veel handelaren beschouwen een bestelling van 25 stuks van een goedlopende tophit al een hele heldendaad. Maar ineens 500 of 1000? Toch was het zo. Henk bevestigde het zonder er overigens veel ophef van te maken. Zijn vrouw Nellie zei een beetje trots: ‘Ik zal het maar zeggen, want hij zegt het zelf toch niet. Mijn man heeft daarvoor een hele goede feeling. Al koopt hij 500, 700 of 1000 tegelijk, ze gaan toch altijd weg. Voor de uitverkoop hebben we nog geen 100 platen. Maar kort geleden had hij er 200, die maar niet verkocht werden. Wij – de meisjes in de winkel en ik – hadden natuurlijk een reuze pret en hem maar steeds plagen met die strop. En wat gebeurt? In het programma van Guus Jansen over Luxemburg wordt de plaat tot openingsnummer gekozen. Weg waren ze in nog geen week’”.
Begin jaren zestig werd aan het begin van de zondagmiddag tijdens de Nederlandstalige uitzendingen van radio Luxemburg de Nederlandse hitlijst uitgezonden. Die zender was in het zuiden van ons land goed te ontvangen. Het programma begon met ‘Ready Teddy’ van Cliff Richard. Guus Jansen, werkzaam bij uitgeverij Basart en uitgever van het blad Muziek Parade, was met zijn stem een ster in Maastricht en omstreken.

Francine Cremers die vanaf eind jaren vijftig als ‘meisje’ in de winkel werkte. Ze maakte kennis met Severs omdat ze een nieuwe saffier voor haar platenspeler wilde aanschaffen. “Meneer Severs stuurde me naar huis terug. Ik moest de oude naald meebrengen. Toen ik dat deed vroeg hij aan me of die zelf uit de pick-up verwijderd had. Ik zei ‘ja’. Zo iemand kunnen we goed in de zaak gebruiken, riep hij spontaan. Waarom kom je hier niet werken? Tot de sluiting ben ik er gebleven. Ik haalde ook Noëlle Bouvry, mijn nichtje, erbij. Werken bij meneer en mevrouw Severs was de mooiste tijd van mijn leven”.
Francine, die de geboortedata van Nellie en Henk anno 2013 nog uit haar hoofd oplepelde, gaf ook commentaar op de enorme hoeveelheden singles die haar voormalige baas bestelde als hij erin geloofde: “Misschien waren die niet altijd zó hoog als in de media werd afgedrukt, maar hoog waren ze zeker. Meneer Severs wilde er zeker van zijn dat hij voldoende exemplaren in voorraad had als hij een lokale campagne voor zo’n plaat opzette. Hij moest er niet aan denken dat hij dan nee moest verkopen en zijn (potentiële) klanten die bij een andere zaak aanschaften. Dat zou een ramp geweest zijn”.   
 
Blijkbaar wisten Nellie en Henk Severs heel wat mensen hun winkel binnen te krijgen. Niet dat er geen concurrentie was. In die tijd waren er maar liefst vijf muziekwinkels in de stad. Woepen had er twee, één in de Tweebergerpoort (bij het Vrijthof) en een filiaal op een hoekje in de Frankenstraat (Wyck). Vlak voor de lunchroom op de bovenste etage had Vroom & Dreesmann een uitstekend gesorteerde platenbar. En dan was er nog de zaak van Matt Niël, gespecialiseerd in klassieke muziek. Toen Harry vanaf 1958 zijn eerste singles aanschafte (‘Diana’, ‘Bye Bye Love’, ‘Stupid Cupid’, ‘Western Movies’, ‘Marina’, ‘Walk don’t run’) was de Harp steeds vaker de plaats waar Harry Knipschild ƒ3,40 van zijn zakgeld neertelde. Maar alvorens de keus te maken liet je aan de ‘platenbar’ eerst nog wat horen, de a- en zelfs de b-kant van een serie singles. Bij de Harp kon je nog wel eens een praatje maken. Het personeel in die winkel was goed geïnformeerd en je voelde je er op je gemak, meent hij zich te herinneren.
 In het vaktijdschrift was te lezen: “Dat moet een machtige zaak zijn, denkt men. Het is ook een machtige zaak, tenminste naar de verkoop. Niet naar de omvang. Naar de omvang is het een smalle pijpenla, waar voor de zelfbedieningsbakken nauwelijks plaats is. Hypermodern dan, zoals men in het westen enkele kleine elegante zaken vindt? Ook niet. Behalve de luisterbar is er niets dat aanspraak maakt op ‘moderne vormgeving’.
 Maar het was er gezellig; er was sfeer; men was er op zijn gemak. ‘De mensen moeten zich er thuis voelen als in hun huiskamer’, vond Henk Severs. En daarom zette hij het persoonlijk element op de voorgrond, in ieder opzicht. Dat gold  niet alleen voor de winkel, dat gold ook voor de etalage of de advertenties.
‘Je moet de mensen aanspreken in hun eigen taal’, zei hij. ‘Ik hoorde eens iemand zeggen: dat is een moordplaat. Dat heb ik dadelijk overgenomen en in de etalage bij de plaat gezet. Zoiets doet het. Kijk, je kunt in de etalage bij een plaat zetten: nieuwste opname van Cliff Richards. Maar je kunt ook zetten: Jongelui, dit is de nieuwste opname van Cliff Richards. Dat is net even anders; dat spreekt dadelijk meer aan. En zo doe ik het ook in mijn advertenties. Ik neem nooit vaste clichés of bestaande slagzinnen. Ik zeg het op mijn eigen manier. Het zijn vaak de kleine dingen die het doen. De menselijke dingen, daar komt het op aan. Daarin voelen de mensen zich aangesproken’”.

Bruno Majcherek onderweg naar De Harp in de Spilstraat 1960

Gepubliceerd op 7 jun 2012

In 35 dia's de beroemde historie van Muziekhuis De Harp aan de Spilstraat 13 te Maastricht in met name

de 50-er en 60-er jaren. ' Ome Henk ' als scout van hits en talent. Vele artiesten, die de Harp bezoeken.

Zet op 720p en volledig scherm rechtsonder. Leuke nostalgie maar ook een beetje visuele geschiedschrijving.

Zie ook de geschreven historie van de Harp op de site van Harry Knipschild.

You Tube deil 1

 

Gepubliceerd op 17 nov 2013

Een beeldhistorie (Versie 2 ) van Muziekhuis De Harp aan de Spilstraat in Maastricht in de jaren

1936 - 1976 met het markante echtpaar Henk en Nelly Severs. Henk Severs was talentscout en promotor

van artiesten. Hij droeg actief bij aan de pophistorie van Maastricht. Zie voor een beschrijving van 40 jaar

historie in 2 delen de site Van Harry Knipschild :

You Tube deil 2

naor bove

Henk Severs: ‘ontdekker’ van Rocco Granata, Jack Jersey en Johnny Blenco
Henk was de ontdekker van oa.
Rocco Granata – Johnny Blenco – Jack de Nijs (Jack Jersey) – Adamo – Lucille Star(1964). Hij haalde De gebroeders Riem en Ruud de Wolff oftewel de Blue Diamonds op 4 januari 1961 in hun hoogtijdagen naar Maastricht. Op 13 juni 1964 kwam Will Tura uit België naar Maastricht.

 

In totaal heeft Henk Severs 4 gouden en 7 zilveren platen mogen ontvangen.


Het feit dat Henk een abonnement op het Amerikaanse vakblad Billboard had gaf al aan dat Severs meer voor zijn vak deed dan zich achter de toonbank opstellen .De verkoop van 5000 exemplaren van Lucille Starr bezorgde hem een gouden plaat. Het personeel van de winkel had de verkoop van dag tot dag bijgehouden. In spanning wachtte men, vergezeld van de hoge gasten uit Holland, af wie de 5.000ste single zou kopen. “De gelukkige was de heer Bergholtz uit de Anton Lipkensstraat 8B die, met zijn dochter, helemaal beduusd de gratis Starr-LP, een enorme taart (kilo’s zwaar, meer dan een halve meter in het vierkant) en een paar attenties van Phonogram in ontvangst nam”.

Het is niet gemakkelijk vast te stellen in hoeverre de verhalen over de ‘ontdekkingen’ van Henk Severs juist zijn. Maar omdat hij regelmatig in de krant verscheen, met foto’s vaak gemaakt door Jacques Voets, sleutelde hij goed aan de weg, beter dan zijn collega’s. Door zijn gedrevenheid, het lezen van bladen als Billboard en zijn contacten in de muziekbusiness had hij, zoals René Brouwers me vertelde, welhaast een ‘monopoliepositie’.
Diverse Harp-hits waren producten van over de grens, gezongen in het Italiaans, Duits en Frans.
Henk was bovendien nauw betrokken bij talenten-jachten in zijn regio. Hierbij werkte hij samen met de grootste platenmaatschappij van het land, Phonogram. Als er op muzikaal gebied iets aan de hand was kon je er zeker van zijn dat de Harp zich liet zien. Het ging verder dan alleen maar talentenjachten, aldus Muziek Mercuur begin jaren zestig.  “Henk produceerde ook platen. Dat doet hij als leider van Phonogram’s Opname Studio Zuid. ‘Eigenlijk een soort van voorstudio’, zegt hij. ‘Eerst heb ik zelf wat opnamen gemaakt, die door Phonogram werden geperst. Toen hebben we hier de zaak stap voor stap opgebouwd en nu is er een eigen opnameapparatuur. Eigenlijk vormen we een driemanschap met een musicoloog-arrangeur J. Penders en technicus Gerard Noten, die overdag in de bakkerij staat. Er zijn al enkele leuke platen uitgebracht, o.a. van de Quinto’s, John Wessel en de Typhoons.
 

Nellie Severs tussen Bruno Majcherek en Henk (3000 x Laila in de Harp)

Het 1000ste exemplaar wordt door Rocco Granata zelf feestelijk verkocht

Henk Severs en Brand Bier:
René Brouwers, zijn vader was vertegenwoordiger voor Maastricht van de Limburgse bierbrouwer Brand’s. Het bedrijf in Wijlre kocht kleine lokale brouwerijen als Marres in de Capucijnenstraat op en werd daarmee meteen de eigenaar van een aantal vooraanstaande café’s, zoals de In den ouden Vogelstruys, Tribunal en het Bierhuis tegenover het station. De man achter de tap werkte in dienstverband voor Brand’s. Hij ontving een basisinkomen. Maar hoe hoger de drankomzet, des te meer verdiende hij. Ook toen, eind jaren vijftig, was er dus al sprake van ‘bonussen’.  Er was nog een extraatje voor de exploitant van het café. Als hij een jukebox in zijn zaak had mocht hij elke week vijf nieuwe singles op kosten van Brand’s kopen in de Harp. Dat was de deal die de brouwer en de winkelier gemaakt hadden. Severs wist goed welke singles hij in de jukeboxen wilde stoppen. Dat waren platen van artiesten die hij aan het pushen was. Keer op keer liet hij zien dat hij het bij het rechte eind had. Een overtuigende glimlach was voldoende om de caféhouder met de juiste platen voor zijn jukebox weg te sturen.
Niet voor niets noemt een zaak als de Vogelstruys op het Vrijthof zich de ‘huiskamer van Maastricht’. In die stad brachten heel wat mensen, jong en oud, hun vrije tijd in een café door. De hele avond lieten ze dan muziek uit de jukebox komen. Dat waren de platen die Henk Severs volop in voorraad had. Na de kroegbazen arriveerden de gewone consumenten. Francine Cremers en Max Fijen meldden dat Severs bovendien grote hoeveelheden van ‘zijn’ singles bij vrije jukebox-handelaren afzette voor Maastricht en omstreken. Bij een handelaar soms 75 stuks van één nieuwe plaat.    

 

 Het tijdperk van de computer was nog niet aangebroken. Zowel bij platenmaatschappijen als bij winkeliers werd met de hand ‘gestaffeld’, ook bij de Harp. Zo wist men heel precies hoeveel exemplaren er van een bepaalde hit over de toonbank gegaan waren. Henk had nog een gewoonte, hoorde ik van Max Fijen. “Hij betaalde alle facturen binnen 8 dagen. Dan kreeg hij twee procent extra korting. ‘Daar kan ik een meisje in de winkel van betalen’, heeft hij me eens uitgelegd. Ook had hij de gewoonte om van een hit elke dag nieuwe exemplaren bij te bestellen”.
 Henk was er dus goed van op de hoogte als hij een belangrijk verkooppunt naderde. Dan belde hij met ‘Holland’ om er iets moois van te maken. Henk was een goede marketeer. Als hij weer eens een gouden of zilveren plaat uit Holland ontving betrok hij er zijn (potentiële) klanten bij. Henk noemde zijn winkel ‘de zaak met de gouden plaat’.


Zijn personeel vergat hij evenmin.
Francine Cremers: “Een hoogtepunt voor ons, zeker voor mij, was 26 mei 1968. Op die dag werd meneer Severs 45 jaar. Meneer en mevrouw namen ons mee uit eten in de Platielstraat. Daarna liepen we, vergezeld van fotograaf Jacques Voets, over het Vrijthof naar het Staargebouw, waar Bill Haley optrad”.
Haley, pionier van de rock & roll, had iets speciaals met Maastricht. Jo Olivier, afkomstig uit die stad, was naar de VS geëmigreerd en speelde mee met de Comets, de groep van Bill Haley. Zo toerde hij met name door Zuid-Amerika en Europa eind jaren vijftig. Haley was natuurlijk wel een ster uit vervlogen tijden. Het personeel ging niet naar het concert van een popgroep die op het punt van doorbreken stond.

naor bove

De Harp en de Rock- en popmuziek 
Brand’s had er belang bij dat er goede muziek in de Maastrichtse jukeboxen kwamen. Dat verhoogde de omzet, hoorde ik van René Brouwers, zoon van de vertegenwoordiger voor Maastricht. De bierbrouwer was tevens betrokken bij het opzetten van eens dansvloer in het stadspark aan het einde van de jaren vijftig. Het begon met tamelijk beschaafde dansmuziek (Victor Silvester), maar al snel deed de popmuziek zijn intrede. Het stadspark werd een voedingsbodem voor het ontstaan van actieve deejays in de hoofdstad van Limburg.  Een van die deejays was René Brouwers. “We mochten onze platen op kosten van Brand’s bij de Harp kopen. Een stuk of tien per week, was afgesproken. Maar in werkelijkheid was er geen limiet. We konden er aanschaffen wat we maar wilden”. 
De Harp was dus direct betrokken bij de deejay-cultuur in de regio.
Francine Cremers: “Met de beatmuziek die in de jaren zestig opkwam had ik maar weinig. Voor mij bijvoorbeeld hoefden de Stones en de Kinks niet. Bij de jonge meisjes die (meestal kort) in de winkel meehielpen was dat anders. De jaren zestig was een goede tijd voor de Harp. We stonden met zes personen achter de toonbank singles te verkopen. Arie, de broer van mevrouw Severs, hielp ook mee met de verkoop. Een prima verkoper”. 
René Brouwers besefte anno 2013 dat de opkomst van de rockmuziek in de sixties niet in alle opzichten goed uitpakte voor Henk Severs. “In het begin van dat tijdperk had Severs nog een monopolie. Hij was de enige met een abonnement op Billboard en had alle hits beter dan wie ook in voorraad. Maar er waren veranderingen op komst.   Deejays als Felix Meurders en Hubert van Hoof ontdekten dat je sommige internationale pop-platen nog sneller uit Engeland, Antwerpen en Amsterdam kon halen. Daar had je de Harp niet meer voor nodig. Meer nog dan Severs voelden ze aan wat er aan het gebeuren was en kenden ze de posities op de hitlijsten. Van het monopolie van de Harp voor pop-platen was na een aantal jaren niet veel meer over.   Een andere ontwikkelingen was de snelle groei van langspeelplaten. Het grote publiek, de wat ouderen, wilde aan het einde van de jaren zestig albums met stereo-muziek aanschaffen. Selfservice, met bakken waar je de elpees zelf kon uitzoeken kwam in de mode. Henk Severs was en bleef evenwel een expert op het terrein van singles, de 45 toeren-platen. Dat was zijn belangrijkste aandachtsveld. Hits maken was voor hem een sport”.Misschien was de pijpenla in de Spilstraat wel gewoon te klein om die ontwikkeling te kunnen volgen. De Harp had geen uitbreidingsplannen.

 
In de krant was weldra te lezen: “De heer Henk Severs (u weet wel van de Harp) kon vrijdagmiddag weer een zilveren plaat toevoegen aan zijn collectie, die inmiddels bestaat uit 4 gouden platen en 7 zilveren. De publiciteitsman van de N.V. Iramac, de Maastrichtenaar Harry Knipschild, was er voor uit Bussum gekomen om deze zilveren plaat uit te reiken, omdat de heer Severs de meeste ‘Feestneuzen’ (3000) van Toon had verkocht. Toon, die momenteel de publiciteit liever wat mijdt, was bij deze bijeenkomst niet aanwezig. aanwezig, wel stuurde hij een aardige proficiat brief
De heer Severs filosofeerde wat over deze verschuiving van het Hollands feestlied naar de Limburgse carnavalswereld; Harry Knipschild kwam met cijfers. Er zijn ruim 117.000 platen verkocht en nog rollen er zo’n 1.500 ‘feestneuzen’ per week van de persen.

De laatste jaren van de Harp 
Een  van de laatste ‘gouden platen’ die Henk Severs voor zijn activiteiten als lokale promotor ontving was voor de single ‘Are you ready’ van de Amerikaanse groep Pacific Gas & Electric (op CBS). Loe Schoonbrood vertelde me dat Severs er al in het begin van de jaren zeventig over dacht om met de Harp te stoppen. Een paar jaar later, in 1976, besloten Nellie en Henk Severs definitief te stoppen met de Harp. Loe Schoonbrood: “Henk zag niet veel toekomst meer in de platenhandel. Met name het gratis kopiëren zag hij als een ondermijning van de branche. Platen werden eerder al met bandrecorders (gratis) op tape gezet. Maar met de opkomst van de musicassette was er geen houden meer aan”, vond hij. Dit in combinatie met het afschaffen van de vaste verkoopprijzen van albums door de overheid.  

Na ‘de Harp’ 
Op 22 juli 1976 liet het echtpaar Severs in de krant afdrukken: “Muziekhuis de Harp gaat weg. Wij nemen met een brok in de keel afscheid van al onze muziek-vrienden. Wij hebben fijne jaren gehad in en met onze zaak, maar de laatste tijd werd het ons toch te veel. Vandaar dit afscheid. Wij danken onze vrienden en al onze cliënten voor het genoten vertrouwen in al die jaren.
Wij geven met een gerust hart de afdeling instrumenten en muziekonderdelen in handen van de heer Engelbert. Wij zijn ervan overtuigd dat hij uw muziekzaken – als ervaren musicus – naar beste vermogen zal behartigen. Wij adviseren daarom al onze cliënten voortaan naar de muziekhandel van de heer Engelbert [van orgelsalon I. Engelbert, Brusselsepoort] te gaan. Nellie en Henk Severs”.
Loe Schoonbrood: “Al een hele tijd wist ik dat het ging gebeuren. Ik heb nog een bijzondere laatste herinnering aan het einde van de Harp. Ik mocht de allerlaatste plaat van hem kopen. De LP ‘Grievous Angel’ van Gram Parsons en Emmylou Harris. Voor het symbolische bedrag van een dubbeltje, tien oude centen”.
 In zekere zin stopte de Harp te vroeg, kun je achteraf concluderen. Niet alleen miste Severs de gouden tijden van de disco-muziek (‘Saturday Night Fever’, ‘Grease’, Donna Summer) en ABBA, maar ook het cd-tijdperk waarin muziekliefhebbers hun oude platen aan de kant schoven en hun favoriete muziek tegen veel geld opnieuw op compact-disc in huis haalden.  
Francine Cremers: “Bijna twintig jaar heb ik in de zaak gewerkt. Het begon met 78 toeren platen. Op de eerste dag liet ik van de zenuwen een doos platen uit mijn handen vallen. Ze waren allemaal gebroken. Ik wilde de winkel uit rennen, naar huis. Maar meneer Severs kalmeerde me met de woorden ‘Het is nu eenmaal gebeurd’. Hij voegde er wel aan toe: ‘Maar de volgende keer...’
De Harp bleef jaar in jaar uit geweldig draaien. Ik mocht bovendien een rol spelen bij de top 40. We werden wekelijks door Veronica gebeld om de best verkopende singles op te geven. Een vertegenwoordiger als Max Fijen of Karel Backus [van Polydor] vroeg me wel eens om bepaalde platen goed op te geven. Als we die prima verkochten zette ik hem bovenaan de lijst.
Meneer was in staat het pand te kopen waar zijn vader als huurder ingetrokken was. Op 53-jarige leeftijd kon hij zich permitteren te stoppen. De winkelruimte beneden verhuurde hij. Dat zorgde voor extra inkomen.
Toen zijn gezondheid verder achteruit ging duwde mevrouw hem in een rolstoel door de stad en het stadspark. Als de mensen hem op straat nog herkenden genoot hij zienderogen”.  
 
Op de website
Muzikaal Limburg staat een mooi inkijkje hoe het Severs na zijn vroege pensioen verging. Een etaleur-verkoper bij René Pans Meubelen ‘kreeg een vraag van een ouder echtpaar dat informatie wilde hebben over een bankstel’.
“Het echtpaar vroeg nog aan me of ik bereid was bij hen thuis te komen na-meten want men was niet zeker of het een twee-zitsbank of een driezitsbank zou worden. Tijdens het verkoopgesprek kwam ik erachter dat ik met de heer en mevrouw Severs te doen had (ze woonden toentertijd nog steeds boven de winkel waar vroeger de bekende platenzaak ‘De Harp’ in was gevestigd) en het gesprek ging daarna alleen nog maar over muziek.
De heer Henk Severs heeft me toen bij hem thuis een ongelooflijke grote verzameling singles (45 toeren plaatjes) uit zijn privécollectie laten zien die het predicaat ‘uitzonderlijk collectors item’ verdienen. Een geweldige verzameling singles variërend van Elvis Presley tot en met exclusieve platen van de Glenn Miller band. Niet zomaar een paar singletjes maar bijzondere exemplaren die nimmer in de verkoop zijn gekomen en dus ook niet voor het grote publiek beschikbaar waren.
Bijzondere promo-singles en zeer waardevolle relatiegeschenken met de handtekening van beroemde artiesten erbij en vele andere muzikale curiosa. Een privé-verzameling waarvan ik denk dat deze een klein vermogen waard is”.
Severs had zijn belangstelling voor de muziek dus zeker niet verloren. Hij was een kiene zakenman, maar niet minder een muziekliefhebber. Loe Schoonbrood: “Severs bleef luisteren naar muziek. Hij was gek op Sinatra en Glenn Miller maar ook op country & western-artiesten als Buck Owens, Merle Haggard en Jim Reeves. De serie T-albums met jazzmuziek op het Capitol-label had hij helemaal compleet”. 
Na zijn verhuizing naar een appartement in de nieuwe wijk bij het Centre Ceramique vierde Severs in 2003 nog uitgebreid zijn tachtigste verjaardag. Op 2 maart 2008 overleed hij. Zijn vrouw Nellie Severs-Slierendrecht overleed op 29 april 2013. 

En de gouden plaat van Toon Hermans ‘Mien waar is mijn feestneus’ heeft tot op het laatst een prominente plaats gehad aan de wand, inclusief de brief Hermans schreef ter verontschuldiging van het feit dat hij er niet zelf bij was.

 

naor bove

Bron: Website Harry Knipschild, Muzikaal Limburg, MestreechOnline

Foto’s , Website Harry Knipschild, Beeldbank RCE.

eine terök