St.Pietersberg

(St.Pietersberg)

 

Ja de St.Pietersberg, één van de bekendste bergen in Nederland. In mijn jeugd ben ik hier niet zoveel geweest dan dat je zou aannemen, eigenlijk logisch, ik kwam tenslotte uit Biesland, het dorp dat tussen St.Pieter en Wolder ligt. Natuurlijk ben ik wel eens in de grotten geweest (alhoewel niet ver daar naar binnen). Later heb ik dit ruimschoots ingehaald, toen er nog geen aangewezen hondenuitlaatplaats  was, zijn we menigmaal met onze honden de berg, de bossen en op het plateau lekker gewandeld. Het maakte niet uit wie je was en wat je deed, men deelde één hobby,de honden. Menig uurtje hebben we daar doorgebracht. Voor kinderen is het een geweldig speelveld. 

 

Onlosmakelijk verbonden aan de berg is het Fort St.Pieter met museum, de Slavante, de Grotten, Chalet Bergrust, Kasteel Hoeve  Lichtenberg en niet te vergeten de ENCI. Allemaal aanwezig op dat ene stukje Maastricht.

 

 

Enkele Cijfers over de St.Pietersberg:

  • 65 miljoen geleden (meer dan) werd de klakachtige ondergrond gevormd

  • 1974 beschermd natuurgebied

  • 1992 Gemeente Maastricht verkoopt de St.Pietersberg en alle terreinen op de St.Pietersberg die beheerd werden door Provincie Limburg aan Natuurmonumenten

  • 1995 Natuurmomenten beheert de grotten

  • 2002 Startsein van 6 gemeenten en 7 verenigingen om het Europese project  “Sint-Pietersberg, tussen Jeker en Maas” met meer dan 30 projecten voor landschaps- en natuurherstel, recreatie en informatie.

  • 2009 Natuurmonumenten beheert fort St.Pieter

  • 8 km lang heuvelplateau

  • 133 ha groot

  • 5 ha kalkgrasland

  • 20 prachtige wandelingen. Het oudste en bekendste lange-afstand-wandelpad van Nederland, het Pieterpad, begint of eindigt bovenop de Sint-Pietersberg.

  • +107 M NAP ligt de Sint-Pietersberg

De Sint Pietersberg

De Sint Pietersberg gelegen bij Maastricht is een bekende ‘berg’. Deze ‘berg’ ligt ingeklemd tussen de rivier de Maas en haar zijrivier de Jeker.  Van binnen is het opgebouwd uit fossielresten van dieren en planten die neerzonken in een oude krijtzee. Onder de ‘berg’  bevinden zich uitgestrekte kalksteengroeven, in de volksmond beter bekent als grotten. (Echte grotten hebben we niet in Maastricht. We hebben wel een verlaten onderaardse kalksteengroeve, gelegen in de Sint Pietersberg. Door de eeuwenlange kalksteenwinning is er een stelsel ontstaan van zo’n 22.000 gangen met een gezamenlijke lengte van ongeveer 230 kilometer. Daarvan resteert tegenwoordig nog een dikke 30%. Verdeeld over twee, door instorting en afgraving van elkaar gescheiden geraakte delen, is er nog 80 kilometer over. Het begaanbare gedeelte van stelsel Noord beslaat 2 ½ hectare, het meer zuidelijk gelegen stelsel Zonneberg strekt zich uit over 18 hectare.
Voor beide stelsels geldt dat wanneer men hier meerdere rondleidingen meeloopt, men steeds weer andere zaken ziet. Een heel korps van enthousiaste gidsen vertelt over het ontstaan van de kalksteen, die hier mergel wordt genoemd,over de vele opschriften die door de eeuwen heen van deze stelsels in feite het gastenboek van Maastricht hebben gemaakt, over de champignonkwekers, over de vleermuizen die hier hun winterslaap houden, over tijden van ondergrondse oorlogsactiviteiten, over kunstwerken en opschriften, kortom over een veelheid van onderwerpen)
.

 

De Sint Pietersberg is sinds 1974 een beschermd natuurgebied van in totaal 133 ha groot. Natuurmonumenten beheert de grotten van de Sint Pietersberg sinds 1995 en het erop gelegen fort Sint Pieter sinds 2009. De botanische rijkdom van de berg hangt sterk samen met het voor Nederland unieke klimaat, met relatief weinig neerslag en hoge temperaturen. De hellingen bestaan uit een afwisseling van graslanden, akkers en hellingbossen, die begroeid zijn met kalk minnende plantensoorten. In Nederland is er nog maar 20 ha. Kalkgrasland, waarvan ruim 5 ha. op de Sint-Pietersberg. Er groeien zeldzame planten als kalketrip, kaardebol en wilde marjolein. In 2004 werd de bijenorchis gezien, een orchidee die sinds 1900 hier niet meer voorkwam. In de loop der eeuwen ontstond in deze streek geleidelijk aan een typische plantengroei, de kalkgraslanden, vooral door het gebruik van de hellingen als weilanden voor schapen en geiten. Omdat hier gemiddeld weinig neerslag valt, de zon meer schijnt, de hellingen goed beschut liggen en de kalkbodem sterk doordringbaar is, komen er op de Sint-Pietersberg veel zeldzame dier- en plantensoorten voor. Het gaat om soorten met vaak een zuiderse oorsprong, zoals de muurhagedis, bepaalde orchideeën en talrijke insecten. Om deze unieke biotoop van de kalkgraslanden te behouden moet er regelmatig opschietend struikgewas en bos gekapt worden. Eenmaal ontbost, onderhouden de sterke mergellandschapen deze graslanden.

De gaten en spelonken zijn een veilige schuil- en overwinteringplaats voor vogels, zoogdieren en insecten. Onder de oppervlakte van de Sint-Pietersberg ligt een doolhof van ruim 60 km. gangen waar honderden vleermuizen uit heel West-Europa een veilige winterslaapplaats vinden.
De Sint Pietersberg biedt voor iedereen wat wils, zoals korte en lange wandelroutes, uitkijkpunten en rustige plekjes, fietsmogelijkheden naar Kanne, ondergrondse excursies en een hondenlosloopgebied.

 

De Sint-Pietersberg ligt op een heuvelplateau met een lengte van acht kilometer. De grens van Nederland, Vlaanderen en Wallonië. Dit is een unieke streek, met pittoreske dorpjes, forten en kastelen, tal van waterlopen, een bewogen geschiedenis en een uitzonderlijke natuur is het plateau gelegen tussen de lage valleien van Jeker en Maas. Het hoogste gedeelte ligt op Nederlands grondgebied; het deel dat op Belgisch grondgebied ligt en het plateau als geheel wordt het Plateau van Caestert genoemd.

De kalkachtige ondergrond van deze streek werd gevormd tijdens de Krijtperiode, meer dan 65 miljoen jaar geleden, in een zeemilieu waarin dieren goed gedijden, zoals blijkt uit de ontdekking van talrijke fossielen waaronder de befaamde mosasaurus, Bér en meest recent Carlo.

 

Om dit prachtige maar kwetsbare gebied nieuwe kansen te geven sloegen zes gemeenten en zeven verenigingen enkele jaren geleden de handen in elkaar. Samen startten zij in 2002 het Europese project “Sint-Pietersberg, tussen Jeker en Maas” met meer dan 30 projecten voor landschaps- en natuurherstel, recreatie en informatie.

Het internationale 5-sterren wandelgebied Sint-Pietersberg telt 20 prachtige landschapswandelingen, tussen de Jeker en de Maas. Deze wandelingen starten aan 7 infoplaatsen, verspreid over het grensgebied van Nederland, Vlaanderen en Wallonië. Aan elke vertrekplaats heb je de keuze uit 3 of 4 routes van verschillende lengte. De kortste wandeling is 2,8 km, de langste 13,5 km. De creatieve wandelaar kan de routes combineren tot een langere, zelfs meerdaagse tocht. Het oudste en bekendste lange-afstand-wandelpad van Nederland, het Pieterpad, begint of eindigt bovenop de Sint-Pietersberg.

De bovenzijde van de Sint-Pietersberg is relatief vlak en ligt op +107 m NAP. D'n Observant, een door de mens gemaakte stortberg van zand, grind en löss vormt met zijn +171 m NAP het hoogste punt.

 

Op de Sint-Pietersberg ligt Kasteelruïne Lichtenberg, met daarin Sint Pieters Museum, die hoog boven de groeve van de ENCI uitsteekt.

Sinds 2006 bestaan er plannen om aan het begin van de Luikerweg, nabij Fort Sint Pieter, een natuurtransferium aan te leggen: een grote ovale parkeerplaats, waar men de auto kan parkeren en het natuurgebied kan betreden.

Nao Bove

 

Beschermd natuurgebied

Habitatrichtlijngebied Sint-Pietersberg en Jekerdal met aantasting door de gemeente Maastricht in 2003

Voor het symbolische bedrag van één gulden kocht de vereniging Natuurmonumenten in 1992 alle terreinen die op de Sint-Pietersberg werden beheerd door de provincie Limburg. Na de overdracht ligt de verantwoordelijkheid van het beheer van de Sint-Pietersberg bij de nieuwe grootgrondbezitter, met uitzondering van enkele randgebieden, zoals de Ganzendries. Natuurmonumenten betrekken veel maatschappelijke organisaties bij het opstellen van beheersplannen.

De Sint-Pietersberg is bovengronds en ondergronds aangewezen als beschermd Habitatrichtlijngebied. Ondanks de beschermde status heeft de gemeente Maastricht in 2003 toch een deel van het ondergrondse gangenstelsel dichtgestort. Hoewel er waarschijnlijk sprake was van een economisch delict is de gemeente hier nooit op aangesproken.

 

Geologie

Geologisch geniet de groeve bekendheid vanwege de fossielen uit het Krijt. In 1998 werden in de groeve de kaak en botten van de Mosasaurus aangetroffen die verder zou gaan onder de naam Bèr. In het Natuurhistorisch Museum Maastricht bevindt zich een uitgebreide verzameling fossielen die afkomstig zijn uit onder meer de ENCI-groeve. In 2012 werd opnieuw een skelet van een Mosasaurus aangetroffen. De Nederlandse Geologische Vereniging afdeling Limburg organiseert regelmatig geologische excursies naar deze kalksteengroeve, die (geologisch gezien) onterecht mergelgroeve wordt genoemd.

 

Ondergrondse kalksteengroeven

Als gevolg van de exploitatie van krijtgesteente is een groot gedeelte (90%) van het ca 150 ha grote ondergrondse gangenstelsel verdwenen:

  • zuidelijk gangenstelsel. Een klein gedeelte, grenzend aan België, is nog toegankelijk.

  • stelsel Slavante. Op enkele gangen de omgeving van Kasteelruïne Lichtenberg na verdwenen.

  • Zonneberg. Voor de helft behouden en in gebruik voor toeristische rondleidingen.

  • groeve Nieuw Maarendal. rond 1997 aangesneden door de enci groeve en inmiddels helemaal verdwenen (De nieuwe groeve Maarendal ligt in de St.Pietersberg en is ontgonnen tussen ca 1820 en 1920. Lange tijd is de groeve toegedekt geweest door een stortberg van de ENCI. De groeve Maarendal is herontdekt op grond van historisch kartografisch onderzoek.
    Uit de kaart van Bory viel tevens op te maken dat er twee Maarendal groeves waren. De westelijke (oude) groeve kenmerkte zich door een hoge ingangspartij (zie foto) en de nieuwe oostelijke groeve die hier verder wordt beschreven. De oorspronkelijke ingang werd gereconstrueerd aan de hand van oude kadastrale kaarten (1830). Met behulp van AtlasGis was al het beschikbare kaartmateriaal gedigitaliseerd. Met Surfer en AtlasGis werd een driedimensionaal oorspronkelijk landschapsmodel gemaakt.In het najaar van 1997 werd de groeve aan de bovenzijde aangegraven.
    Een graafmachine kon zich net op tijd in veiligheid stellen toen het dak van de groeve bezweek. Door de ENCI werd toestemming verleend om de groeve te inventariseren en in kaart te brengen. De kartering nam twee dagen in beslag. Met behulp van kompas, pentagoonprisma en een meetband van 50 meter werd 2070 m2 vloeroppervlak nauwgezet in kaart gebracht. Het kaartmateriaal werd in AtlasGis ondergebracht).

  • groeve Oud Maarendal. Sinds eind maart 2008 aangesneden door de enci groeve. De groeve was vanaf omstreeks 1926 niet meer toegankelijk omdat de ingang bedolven was. De groeve is veel groter dan alle verwachtingen en heeft een oud gedeelte met hoge gangen en een nieuwer gedeelte met lagere gangen.

 

Nao Bove

De mergelwinning

De Sint-Pietersberg geniet bekendheid vanwege de eeuwenoude ondergrondse winning van krijtgesteenteblokken (foutief aangeduid met "mergel") in kalksteengroeven die voornamelijk werden gebruikt als bouwsteen en de huidige dagbouwwinning van losse mergel door de Eerste Nederlandse Cement Industrie (ENCI) voor de productie van onder meer cement. Als gevolg van de ondergrondse krijtgesteentewinning was er in het begin van de 20e eeuw een gangenstelsel ontstaan dat zich uitstrekte van het Fort Sint Pieter in het Noorden tot voorbij de Belgische grens in het zuiden. De totale oppervlakte bedroeg circa 98 hectaren met een ganglengte van rond de 150 km.

Van noord naar zuid zijn de volgende gangenstelsels te onderscheiden: het Noordelijk gangenstelsel, de Zonneberg, Slavante en het Zuidelijk gangenstelsel dat in België aansluit op de groeve Caestert. In het Belgische deel van de Sint-Pietersberg bevinden zich verder de groeve Ternaaien-boven (ook genoemd Aardappelberg, Fr.: Lanaye Intermédiaire) en de groeve Ternaaien-beneden (ook genoemd Verloren Vallei, Fr.: Lanaye Inférieure). Slavante en het Zuidelijk stelsel zijn grotendeels afgegraven. Wat nog over was van het Zuidelijk stelsel is vrijwel geheel ingestort door het gewicht van D'n Observant. Minder bekende stelsels of de restanten daarvan op Nederlands gebied zijn: de Oude en de Nieuwe Marendalergroeve, de Duivelsgrot of Wijngaardsberggroeve, Ancienne Brasserie, de Scha(a)rk, restante van de Grande Entrée, de Tombe, het stelsel onder Fort Sint Pieter, de Douanegrot, Greetje Blanckers, de Kluis, kelders nabij Slavante. Van de gangenstelsels worden de Zonneberg en het Noordelijk gangenstelsel geëxploiteerd door de VVV.

In de jaren twintig is de ENCI gestart met het winnen van mergel in dagbouw ten behoeve van de productie van cement. Onder vaak luid protest van onder meer de actiegroep ENCI-Stop heeft de ENCI haar productie tot op heden kunnen voortzetten. Door de dagbouwexploitatie van de ENCI is een groot deel van het ondergrondse gangenstelsel verdwenen en rest ons nog slechts 20 ha en 30 km aan gangen. Vanuit natuurhistorisch en cultuurhistorisch oogpunt is er een hoge tol betaald voor de handhaving van de werkgelegenheid en de productie van cement. Van de andere kant heeft het geleid tot een bewustwording en erkenning van de waardevolle elementen van deze voor Nederland unieke berg. De ENCI heeft in een dubbelrol aan de ene zijde bijgedragen aan de "afbraak" van de berg, maar aan de andere kant ook geïnvesteerd in onderzoek en beheer van de Sint-Pietersberg.

D.C. van Schaik

Een pionier op het gebied van onderzoek van de onderaardse kalksteengroeven en in het bijzonder van de gangen van de Sint-Pietersberg was ir. D.C. van Schaïk.

Hoe de Sint-Pietersberg aan zijn naam kwam

Ir. D.C. van Schaïk 1948. Maastricht en de Sint Pietersberg

In het Natuurhistorisch Maandblad, (30e jaargang, 1941, no 11) staat een verslag van Ir. D.C. van Schaïk over zijn onderzoek naar de herkomst van de naam ‘Sint-Pietersberg'. Uit een zestiende-eeuwse bron zou op te maken zijn dat de Sint-Pietersberg in die tijd nog geen eigen naam heeft maar simpelweg als de ‘Monte de Maestricht' (de berg van Maastricht) wordt aangeduid. Ongeveer een eeuw later duikt in de atlas ‘Théâtre des cités du monde' van George Braun de naam ‘Huynsberch' of ‘Mons Hunorum' op, mogelijk een verwijzing naar de Hunnen die in de vijfde eeuw de Romeinse nederzetting Castrium -het latere Caestert, het zuidelijkste deel van het plateau- wisten te veroveren.

Op dit punt komt in het verhaal de legende van Sint-Servaas in beeld, de eerste bisschop van Maastricht. Volgens deze legende zou Sint-Servaas het visioen hebben gehad dat Atilla de Hun het West-Romeinse Rijk zou binnenvallen en compleet onder de voet zou lopen. In de hoop met Petrus' hulp het gevaar af te wenden is Sint-Servaas vervolgens op pelgrimstocht naar het graf van de apostel Petrus in Rome gegaan. Helaas is zijn smeekbede niet verhoord. De Hunnen kwamen en waren jarenlang onverslaanbaar. Tot Atilla's dood in 453 zijn ze hun verwoestende rooftochten blijven uitvoeren.

Dit verhaal heeft volgens van Schaïk vermoedelijk geleid tot de naam Sint-Pietersberg. In het dorpje Sint-Pieter, aan de voet van de berg, heeft men namelijk als herinnering aan de tocht van Sint-Servaas de kerk aan Petrus gewijd. Exacte data hiervoor heeft van Schaïk niet gevonden. Geldt de naam Sint-Pieter in eerste instantie alleen voor kerk en dorp, langzamerhand gaat na 1700 de berg zelf ook zo genoemd worden. Volgens een negentiende-eeuwse bron gebeurt dit in ieder geval vanaf 1701 -bouw van het Fort Sint-Pieter- steeds vaker.

 Ir. D. C. van Schaïk 1935. De onderaardse gangen in de Sint Pietersberg.

D.C. van Schaïk (1888- 1972) was elektrotechnisch ingenieur bij de kalkmergelmaatschappij Sint- Pietersberg, de voorloper van de ENCI. Tijdens zijn werk is hij zo gefascineerd geraakt door de onderaardse gangenstelsels dat hij zich de rest van z'n leven met onderzoek aan kalksteengroeven en -gangen heeft beziggehouden. Als eerste heeft hij het onder- en bovengrondse landschap nauwkeurig in kaart gebracht. Daarnaast heeft hij in een groot aantal publicaties gewezen op het grote natuur- en cultuurhistorische belang van de Sint-Pietersberg. Zijn bekendste werk hierover wordt ‘de dikke van Schaïk' (1938) genoemd en is een belangrijke referentie bij het vaststellen hoeveel ondergronds landschap sinds die tijd door de mergelwinning is verdwenen. Andere bekende publicaties zijn ‘De onderaardse gangen in de Sint Pietersberg' (1935) en ‘Maastricht en de Sint Pietersberg' (1948).

In 1997 is er een stichting opgericht die zijn naam draagt met als doel beheer, behoud en restauratie van de klaksteengroeven. De Stichting ir. D. C. van Schaïk werkt nauw samen met de Studiegroep Ondergrondse Kalksteengroeven (S.O.K) die zich heeft toegelegd op onderzoek en voorlichting. Samen zetten deze twee stichtingen zich in voor het unieke ondergrondse mergellandschap waarvan de basis miljoenen jaren geleden gelegd is. waarvan de basis miljoenen jaren geleden gelegd is. Carla Janssen. Naturalis 2012

Nao Bove

Bron: Site Geologie van Nederland, Kevin Amendt, Oud St.Pieter, Natuurmonumenten, St.Pietersberg,  site Fam.Marres, Ed Stevenshagen, foto's Site Marres, Mestreech Online, MestreechterSteerke,

 Aonvaank