't Basseng

(het Bassin)

 

't Basseng (het Bassin)

Boschstraatkwartier Oost.

Deze nieuwe woonwijk achter de St. Theunisstraat ligt op de plaats van een verkrotte arbeiderswijk. Aan het eind van de jaren 1960 kwam de vernieuwing van de binnenstad Boschstraat-Oost in de belangstelling. Dit terrein van arbeiderswoningen, woonkazernes, opslagplaatsen, bedrijfjes, werkplaatsen en winkels was verpauperd. De buurt zou afgebroken worden. Er ontstond bezwaar tegen het zinloos slop[en van monumentale panden. Er was zelfs sprake van het dempen van het Bassin om een toegangsweg naar de stad aan te leggen.  Door de vele bezwaarschriften, moest de gemeente haar plannen aanpassen en werden enkele waardevolle jonge monumenten gespaard. In 1978 startte de bouw van deze nieuwe woonbuurt en die weg die kwam er, maar via een brug over het Bassin, zodat de binnenhaven behouden bleef.

In 1824 werd begonnen met het uitgraven van het Bassin, aangelegd op de plek waar in vroegere tijden de kloostercomplexen van de Duitse Orde en de Antonieten lagen. De nieuwe binnenhaven zorgde voor de noodzakelijke ontsluiting van de stad. De toegangskanalen werden door de toenmalig aanwezige vestingmuur aangelegd..

 

De verbinding tussen het Luikse industriebekken en de Hollandse zeehavens werd in 1826 toen het Bassin gereed was aanmerkelijk verbeterd als overslaghaven tussen de Zuid-Willemsvaart en de Maas, waardoor de stad als overslagplaats een aantrekkelijke vestigingplaats voor nieuwe fabrieken werd. Het Bassin is een komvormige binnenhaven door een aarden talud omringd. Het hoogteverschil tussen de havenkom en Boschstraat was vijf meter. De binnenhaven vormde de kiemcel voor industriële activiteiten die in veel gevallen geïnitieerd werden door Petrus Regout (1801-1878). Aanvankelijk werden de schepen rechtstreeks op karren afgeladen, maar medio de negentiende eeuw liet Regout een fabrieksspoorlijn aanleggen, waarbij de wagons met behulp van een stoomlier uit de havenkom werd getrokken. In deze periode werd er rond het Bassin veel nieuwe werkplaatsen, fabrieken, veempanden, pakhuizen en koffiehuizen opgericht. In de noordoosthoek werd in 1850 de papierfabriek Lhoëst gebouwd. Pas tien jaar later werd een begin gemaakt met de aanleg van een stenen kademuur ter vervanging van de houten beschroeing en werd de hoger gelegen kade opgemetseld bovenop de werfkelders, die inmiddels door de meeste ondernemers in het aarden talud waren aangelegd. De aanleg van de stenen kademuren in 1857 versterkte de economische betekenis van het Bassin. Door de aanleg van het Julianakanaal in 1929 verloor de smalle Zuid-Willemsvaart en dus het Bassin aan belang. Bij de sanering van het Boschstraatkwartier is de korte wand aan de Boschstraatzijde gesloopt. In 2000 is de havenkom bereikbaar gemaakt voor de recreatievaart. De hoofdsluis aan de Maas is daartoe weer gangbaar.

 

Het Veemgebouw:

aan de zuidelijke kadewand staat het voormalig pakhuis van het ‘Maastrichtsch Veem’ . Een veem is een onderneming, belast met het sorteren, opslaan en bewaren van goederen in een pakhuis. Dit veem is in 1860 gebouwd in een markante neo-romaanse bouwstijl: de vensters bestaan uit twee gekoppelde rondboogramen, die gevat zijn in een segmentboog; zes halfzuilen verdelen de gevel en lopen aan de bovenzijde uit in een boogveld; de zolderverdieping heeft halfronde stalen vensters. Het pakhuis heeft een hoog zadeldak met vier dakkapellen en een centraal geplaatste hijsinstallatie. In de centrale as van de voorgevel zijn terplaatse van de voormalige stalen hijsluiken moderne terrasdeuren aangebracht. Op de begane grondverdieping bevinden zich hardstenen gevelstenen met de inscripties ‘GebrS’en ‘1860’. Na de restauratie werd het veemgebouw ingericht met woningen. Voor meer kijk elders op deze site

De Noordzijde van het Bassin:

Hier ligt het voormalig havenkantoortje, de schippers moestern er bij de havenmeester het liggeld betalen. Na de renovatie van het Bassin werd de functie van dit havenkantoortje in ere hersteld.

 

Het Ketelhuis:

Het witte gebouw aan de overzijde van het Bassin gedekt door een zadeldak, telt drie verdiepingen. De bakstenen gevels zijn met siermetselwerk gedecoreerd. In de kopgevel aan de oostzijde bezit de nok een jaarsteen met het jaartal 1910. Dit is het bouwjaar van de voormalige elektrische centrale van de aardewerkfabriek Sphinx: het ketelhuis. Het bouwwerk lag aanvankelijk als een vrijstaand gebouw aan het bassin. In de centrale stonden oorspronkelijk twee stoommachines.

 

De Timmerfabriek.

Op de hoek van het Bassin en de Boschstraat liggen de voormalige werkplaatsen van Sphinx, de voormalige timmerfabriek gebouwd in 1905. Het bouwwerk bestaat uit een grote rechthoekige hal met twee verdiepingen, die door dwarsgeplaatste glaskappen van licht wordt voorzien. Het interieur heeft langgerekte vides, die het daglicht tot op de begane grondverdieping kan brengen. Aan onze zijde ligt een lager bouwblok dat slechts een enkele bouwlaag omvat. Ketelhuis en werkplaatsen zijn via een tunnel verbonden met het eifelgebouw. Dit werd in 1929 gebouwd voor de productie van sanitair.

Langs het Bassin liggen de oude fabriek van Koninklijke Sphinx die momenteel een totaal nieuwe bestemming krijgt (2008-2009) en de nog steeds in gebruik zijnde fabriek Sappi (voormalig KNP). In de oude werfkelders zijn nu diverse horecagelegenheden gevestigd.

Het Bassin is sinds 2001 in gebruik als jachthaven voor de pleziervaart heropend om tijdelijk te kunnen aanmeren. Schepen en jachten mogen 14 dagen blijven. Het Bassin biedt plaats aan 70 jachten. Vooral ’s zomers heerst er een uniek, zuiders sfeertje. De oude ‘Sluis 20’ zorgt ervoor dat er een verbinding is met de rivier de Maas. Voor meer kijk elders op deze site

 Naor Bove

                                               

 U Begrijpt het voor meer foto's van het bassin, heden of verleden klik op foto of op de camera

Naor Bove Bron:  boek monumentengids Maastricht Jac van den Bogaard/Servé Minis primavera pers Foto: MestreechterSteerke, muv zwartwit tbs gesteld door Winand Monfrance waarvoor onze hartelijke dank.

eine terök