Kevinsjes Mestreech

(Conventjes Maastricht)

 

Kevinsjes in Mestreech:

Aan het einde van Ancien Régime waren in Maastricht oa een protestantse weeshuis, een katholiek armenhuis voor het onderhoud van kinderen van behoeftige weduwen, een vondelingenhuis, een oudemannenhuis, het St.Gillishospitaal in Wyck-Maastricht, het Conventje van Onze Lieve Vrouw Der Zeven Weeën en het Sint Martinushofje voor oude vrouwen, het gebrekkigenhuis voor bejaarden en invaliden en ten slotte het gesticht voor geestelijk gestoorden. Daarenboven lagen her en der in de stad verspreid nog een aantal huisjes voor de huisvesting van armen.

Over de ‘Conventjes oftewel  de Kevinsjes wil ik het hebben, de nu driehonderd jarig bestaande Sint Martinushofje in de Grote Looierstraat heeft me altijd al geïntegreerd, steeds als ik er langs loop denk ik hoe zal het daarachter wonen zijn? Soms als de deur op een kiertje staat kun je even een blik opvangen van de huisjes en tuinen die daar liggen en dat voedt weer je fantasie, heerlijk.

Het woord ‘Conventje’ is in het in het dialect verbasterd tot ‘kevinsje’. Het wordt zonder verder onderscheid gebruikt voor een huis of hof waarin ongehuwde vrouwen samenleefden.
Zo wordt er gesproken over an het Hondertmarck-kevinsje, waar begijnen in een religieuze gemeenschap in één huis samenwoonden. Maar we hebben het ook over 'het kevinsje' als we spreken van de Sint Maartenshuizen op de Grote Looiersstraat. Het huidige Sint Martinushofje bood bij de oprichting in 1715 een eigen huisje aan dertien ongehuwde bejaarde vrouwen, die zich daar op bepaalde voorwaarden konden inkopen. (De naam 'hofje' dateert van na 1965).

het hofje/kevinsje dat in de negentiende eeuw werd gesticht met een legaat van juffrouw Vaes, en dat gelegen was pal tegenover de pastorie van de Sint-Matthijsparochie. Het pand staat er nog steeds en memoreert met een plaquette in de voorgevel de vrijgevige stichtster.

De bewoonsters waren niet altijd arm. Vaak hadden zij als dienstmeid gespaard en zich met hun spaargeld ingekocht, wat algemene praktijk was. De dienstboden bij welgestelde namen hun loon jarenlang niet op. Als zij gingen trouwen, kregen zij het totale bedrag ineens. Trouwden zij niet, dan gebruikten zij het geld om zich in te kopen in een van de Conventjens in de stad, een goede belegging: 15-20 % rendement per jaar tegen 4-5% normaal. In 1702 maakten provisoren een einde aan deze praktijk.

 

Conventje of Hofje 'Sint Maartenshuizen' / 'kevinsje oppe Luurestraot')

Grote Looierstraat nr. 27, Jekerkwartier.

op 10 november 2013 is het driehonderd jaar geleden dat de Maastrichtenaar Martinus Frencken, kanunnik Sint Servaaskapittel overleed. In zijn testament werd bepaald dat er een hofje gesticht zou worden door zijn zusters Anna en Hélène, ter huisvesting van 13 onbemiddelde, bejaarde, voor katholieke vrouwen uit de gehele stad. (voor ‘derthien huijskens tot bewoninge van eenige arme vrou persoonen out ontrent sestigh iaeren, .... van de warachtighe Roomsche Catholijcke religie, van borgers affcomste deser stadt ....’ ).Vooral dankzij de inspanningen van zijn zuster Hélène werd het hofje in 1715 geopend. (Het hofje is het enige, nog steeds op liefdadige basis functionerende, hofje van Maastricht). De oorspronkelijke dertien huisjes voor bejaarden vrouwen gebouwd naar ontwerp van stadsbouwmeester Gillis Doyen ( restaurateur van oa kerk der Bonnnefanten(1710)-St.Janskerk(1713)-Onze Lieve Vrouwekerk(1715)-herbouwer van de 6e-7e en 8ste boog van de Servaasbrug(1716), is begraven in de St.Nicolaaskerk (1736) (de St.Nicolaaskerk werd als parochiekerk naast de basiliek gebouwd (1343). De rest van het huidige plein was in gebruik als kerkhof). Gerestaureerd 1954-1955, 1965 en 1988-1989.

De Stichting viert in dit lustrumjaar ook de oplevering van het belangrijkste deel van de renovatie van dit rijksmonument. Binnenkort wordt ook de kleurrijke gevelsteen gerestaureerd, waarop Sint Maarten zijn mantel doormidden klieft om die te delen met een “zorgbehoevende”. Aldus wordt niet alleen de naam van de schenker geëerd, maar ook de charitas verbeeld, die hij heeft willen nastreven. Dit rijksmonument telt 13 bescheiden senioren appartementen rondom een binnentuin. De Stichting verhuurt deze huisjes aan oudere Maastrichtenaren, met een beperkt inkomen.

 

Een greep uit de historische benamingen. Enkele feiten:  

1714:     conventie ter ere van St. Merten tot Wijck

13 april 1715: inkoop van hof waarop de St. Martens huiskens worden gebouwd

1716:     fondatie van St. Martens huijskens

1716:     fondatie der armehuijskens

1716:     (oprichtings akte: Hoffelijke fondatie St. Marten in de Groote Leurestraat

1716:     Den nieuwen hof genaemt St. Marten

1715:     Hof waar op de St. Martens huijskens zijn gebouwd

1775:     St. Martens huiskens

1768/1801:         Arme huijskens van St. Marten

1802:     Fondatie van de St. Martens huiskens

1819:     St. Martens gesticht

1820:     de St. Martens Huiskens

1815:     de fundatie van de St. Martens Huijskens

1847:     Fondatie van de St. Martens Huijsen

1848:     Familie fondatie van de St. Martenshuisen

1865:     Fundatie der St. Martens Huijzen

1863:     oude vrouwen gestigh

1892:     St. Martens huizen

1896:     St. Maartens huizen

1915:     bestuur gesticht der St. Maartenshuijzen

1930:     St. Maartenshuizen

1931:     gesticht de St. Maartenshuizen

1954:     familiegesticht de huizen van St. Maarten

1954/55:              St. Maartens huizen

1955:     Stichting St. Maartenshuizen

1955:     St. Maartensconvent

Met dank aan www.sintmaartenshuizen.nl

naor bove

Hondertmarck of Conventje van de Zeven Weeën van Maria Conventje

Dit was een begijnenhof dat een plaats kreeg aan de Helstraat (St.Bernardusstraat), achter het koor van de eerste franciscanenkerk (eerste klooster St.Pieterstraat Jekerkwartier (ca 1240-1639, 1678-1797) (nu KPN gebouw)Jan van Eps bisschop van Luik, verleende toestemming voor de oprichting van een klooster in 1234). In de vroegere Hoogbrugstraat of Helstraat, thans Bernardusstraat Jekerkwartier. De ligging kwam vrijwel overeen met die van het latere Conventje der Zeven Weeën. "Het kloostertje heette ook Sint-Catharina Bongart (1590), wat herinnerde aan een begijnenconvent dat daar eertijds lag. Het huidige kloostergebouw, Faliezusterspark nrs. 1-3-5, Jekerkwartier, met aan de oostzijde een kerkje, dateert uit 1647 en volgende jaren. De kapel, waarvan de bouw begon in 1647, is ca. 1865 verdwenen. Boven de kapelingang stond een Catharinabeeld met eronder Sancta Catharina dael = Sint-Catharinadal, en het jaartal 1652." Over de bewoonsters of bewoners van H en hun leefregel is niets bekend. Begijnen is genoemd naar de regentenfamilie die in de tweede helft van de veertiende eeuw uit Maastricht verdween. De oudste vermelding dateert van 1294, bestond nog na 1377. Het Hondertmarck-conventje was in de achttiende eeuw nog slechts een kleine wereldlijke gemeenschap (oude vrouwen, zonder religieuze context). Dat gold ook voor het Sint Gillishospitaal: oorspronkelijk een religieuze gemeenschap, later bestemd voor het onderbrengen van zeven oude vrouwen. Nauwelijks iets over bekend. In het Conventje hadden de vrouwen vrije inwoning. Tijdens de vier wintermaanden kregen zij per persoon 2,50 gld en 2,00 gld in de overige maanden. Jaarlijks bovendien 8 mud kolen, voor 4 gld aardappelen en evenveel voor brood. In 1843 blijkt het Conventje onder het armbestuur van Onze Lieve Vrouwe te vallen. Pastoor Raetsen  van Onze Lieve Vrouwe tekende aan, dat het Conventje steeds meer diende als onderkomen voor gebrekkige dienstboden van welgestelden, die dan hun gedienstige snel vergaten. Het Conventje was steeds armlastig. Maar in de loop van de negentiende eeuw werd het verrijkt met legaten van verschillende Maastrichtenaren tot een totaal bedrag van 11.062 gld. Uit de rente van een van de giften kregen de bewoonsters ieder wekelijks een wittebrood en met Drie Koningen een koningskoek van 40 cent en een ons koffie. In 1909 werd het Conventje onbewoonbaar verklaard. Bij de opheffing wilde het Armbestuur van Onze Lieve Vrouwe de panden verkopen en het geld besteden aan het jeugdpatronaat van de parochie. Een aannemer schatte de waarde op 6.200 gld, in 1910 6.000 gld, maar er kwam geen koper. Het parochieel armbestuur maakte er toen arbeiderswoningen van. De aanwezige vrouwen mochten blijven tot hun dood, de laatste stierf in 1922.nog slechts een huis voor bejaarde vrouwen.


Voormalig Hospitaal van Sint Gillis

HOSPITAAL van Sint Gillis. Langgerekt laag gebouw onder een met de straat parallel gelegen zadeldak. Voorgevel met kruiskozijnen van Naamse steen in het midden een gebeeldhouwde ingangsomlijsting van Naamse steen met Lodewijk XV-cartouche, het opschrift 17 IN SINT GILLIS HOSPITAAL 62 en daarboven een afgekapte voorstelling van Sint Gillis. Vier dakkapellen. Links een iets smallere aanbouw met voorgevel van drie traveeën in dezelfde trant als het hoofdgebouw.

Het gebouw dat in de Hoogbr ugstraat nog steeds Sint Gillishospitaal heet is het overblijfsel van een groter complex, waar ook een kapel toe hoorde. De eerste vermelding stamt uit 1286 als Hospitalis Beati Egidij in Wic, dus vernoemd naar de heilige Egidius, ook wel Gillis of Gilles. Het gasthuis had twaalf kamers en een kapel. Oorspronkelijk was het een religieuze gemeenschap, maar vanaf de 18 eeuw tot aan het derde kwart van de 20 e e eeuw slechts een huis voor bejaarde vrouwen. Boven de ingang zien we nog de contour van een reliëf van Sint Gillis, afgebeeld met een pijl door de borst. De heilige raakte in de buurt van het Franse Nîmes gewond toen jagers hèm raakten, in plaats van het hert dat hij beschermde. De revolutionaire Fransen, die niet veel op hadden met de kerk, kapten het reliëf van Sint Gillis eind 18 eeuw weg. Bij een recente restauratie is het maar zo gelaten. Sint Egidius (±640-724, 1 september) was een Griek die in eigen land zoveel bekendheid genoot dat hij voor zijn rust naar Frankrijk uitweek. In het bisdom Nîmes (in het latere Saint- e Gilles) stichtte hij in 680 een klooster en werd er abt. Hij is patroon van de herders, de jagers, de schipbreukelingen, de bedelaars, de kreupelen, de fysiek gehandicapten, de smeden, de kruideniers, de vetsmelters, van het hout, het bos en het vee en de paarden. Hij wordt aangeroepen bij brand, dorheid, storm en ongeluk, bij de biecht, bij geestelijke nood en verlatenheid, bij nachtangst, tegen het vallen, geestesziekten, epilepsie, melaatsheid, (borst)kanker en onvruchtbaarheid bij mens en dier.

 

naor bove

Conventje van de 12 apostelen

De Bogaardenstraat 1B Statenkwartier. Bejaardenhuis: ook genaamd Beel, Beeld,Bellick, Belk. Boven de toegangsdeur een replica van een vergulde apostelbalk met als voorstelling  Christus met de twaalf apostelen. Meteen links naast Christus de heilige Petrus. In de iconografie is Petrus te herkennen aan een grijze vissersbaard en aan de sleutels van de hemelpoort. Andere attributen zijn een omgekeerd kruis en een haan.  (de oorspronkelijke balk thans in het Museum aan het Vrijthof) In het hofje een muurschildering  gemaakt door een Belgische vluchteling tijdens de eerste wereldoorlog, gerestaureerd in 1990. Ramen in de kapel van Charles Eyck.  

Het Conventje van de 12 apostelen. in 1493 gesticht door Lambert van Middelhoven voor huisvesting van burgers en burgeressen. In 1522 door het stadsbestuur overgenomen. Stichting voor dertien mannen boven de zestig, liefs weduwnaar. Verder twee mannen die slechts een warme maaltijd ontvingen in afwachting van het vrijkomen van een ‘volle provie’ (volledige plaatst). Daarnaast vier woningen voor bejaarden echtparen. De man minimaal zestig, de vrouw vijftig jaar oud, en acht huisjes voor weduwen. De bejaarden werden voortdurend onledig gehouden met geestelijke oefeningen, tevens middels tot sociale controle. De in de achttiende en negentiende eeuw voorgeschreven gebeden in DTA zouden in een klooster niet misstaan hebben. Wrsch werd al vanaf het begin in 1477 of anders in de zestiende eeuw voor verwarming gebruik gemaakt van kluiten (cloet, goedkope brandstof uit gruiskool gemengd met leem in een verhouding van vijf delen steenkool en twee delen leem). De voeding was uitstekend, ofschoon soms weinig gevarieerd. Het huis had tot 1581 tussen Bogaarden en Batterijstraat een wijngaard. Zelfverzorging was gewoon: groenten en fruit in eigen tuin geteeld door de bejaarden. Voor het zware werk werd wel eens iemand van buiten aangetrokken. De teelt van asperges mislukte in 1663. Sinds 1531 brouwde DTA zelf bier. De mout kwam van een brouwer. Vanaf 1596 kwam het brouwen helemaal in eigen hand. Sinds 1559 verzorgden cellenbroeders de zieken. Eerst aan het einde van de achttiende eeuw kwam er een medicus in DTA. De geneeskundige verzorging bleef gebrekkig, ook in de negentiende eeuw. De Zusters Onder de Bogen verzorgden de bejaarden (1901-1975). Opgeheven 31 januari 1978 en vervangen door woningen (ca 1985)

 

 

naor bove

Bron: Website St.Maartenshuizen, Wikipedia, PP Simons, Theo Bakker, MestreechOnline,

Bron: historisch Encyclopedie Maastricht, Dr.Pierre Ubachs/Drs.Ingrid Evers. ISBN 90.5730.399.X., handboek voor de geschiedenis van  limburg door Dr.P.J.H. Ubaghs

Foto’s ,RHCL DBNL, Wikipedia, Rijksmonumenten.Simays, Wil Lem, Website St.Maartenshuizen, MestreechterSteerke, Math Custers

eine terök