Momus

(sociëteit op het Vrijthof)

 

De Momus is genaamd naar de Griekse God

De Momus was de vereniging bij uitstek, deze sociëteit opgericht als carnavalsvereniging gebruikte veel dialect. Over de jaar en oprichting van de sociëteit Momus bestaan nog al wat onduidelijkheden er zijn geen aanwijzingen aangetroffen in de archieven dat de vereniging al in 1839 is opgericht. Er zullen wel plannen zij gemaakt om deze op te richten echter pas op 13 maart 1840 werd Momus voor het eerst genoemd in het 'Journal du Limbourg'. De eerste officiële statuten stammen ook uit 1840.

De officiële versie:

De sociëteit Momus, overigens de vierde sociëteit aan het Vrijthof was hoogstwaarschijnlijk de eerste carnavalsvereniging van Nederland en werd opgericht in 1839. De Spreuk; ‘gekheid mair neet boete de schraum’ , betekent zoveel als ‘gekheid maken maar men moet niet overdrijven’. De Maastrichtse sociëteit Momus is niet de oudste carnavalsvereniging, want de vereniging Momus werd voor de Tweede Wereldoorlog in 1939 opgeheven, de tempel is echter gebleven. Momustempel, waarvan alle afmetingen elf meter zijn of meervoud daarvan. Momus is een heidense god van de zotheid en draagt daarom de narrenkap. Het Momusbeeld dat de voorgevel bekroont, is eens naar beneden gevallen en versplinterde het glazen afdak, niemand werd getroffen. In roerende gedichten is toen ‘Momus’ val bezongen...

Waar komt de naam Momus vandaan? Momus (Latijns) of Momos (Grieks) is de god, die er om bekend stond in zijn kritiek goden noch mensen te sparen. Het is goed denkbaar dat een gezelschap dat zich bezig hield met scherts en dwaasheid zich bij de keuze van een naam heeft laten leiden door het boek van Dwazen, namelijk Lof Der Zotheid van Erasmus.

Momus was opgericht mede om het vieren van de Vastenavond, en om de Vastenavond nieuwe impulsen te geven met het organiseren van cortèges (optocht), bals en het inschieten van de vastenavond. Echter ze waren meer dan een carnavalsvereniging, ze nam ook deel aan andere feesten zoals het Sint Servaasfeest in 1842, in dat jaar werd ook een dramatische afdeling in het leven geroepen die toneelstukken ging opvoeren, vervolgens was er in 1843 sprake van  de MomusLier een groep zangvrienden.

Ook waren er enkele acties om de minderbedeelden te helpen zoals de Soepkokerij.  Wat met de Gemeenschappelijke Heilige Geest begon, werd overgenomen door Sociëteit de Momus. De Momus werd opgericht als carnavalsvereniging. Dat het niet alleen maar im sjpas en plezeer maken ging, blijkt uit de in 1842 opgetekende grondwet van deze vereniging: "Wat doen tog de Momusse! Ze geeve d' erme broed en doen rieke laghe". In 1846 werd de Heilige Geest de Momus Soepkokerij opgericht. Tot 1919 werd in de wintermaanden december, januari en februari soep verstrekt met soms twee haringen. Dit werd ook wel de 'kleine armentafel' genoemd. Hoewel er ook ‘Hollanders’ lid waren, werd het spreken en schrijven in het Maastrichtse Dialect door de leden op prijs gesteld. De grondwet verscheen ook in het Maastrichts.

artikel bij de oprichting van 1840:

Den ierste artikel de ig ug verhaol

Verget toch neet eur moyerstaol

Rangeert et wie ze spreken in Mastreech

Dan kommen de Momussen aon ut leech

 

Momus organiseerde verschillende openbare feesten, waaronder ook de Vastenavond. Hierbij waren bepaalde attributen en gebeurtenissen die uitsluitend in handen van Momus waren. Een van die gebeurtenissen is het inschieten van de carnaval met het Momus-kanon, Al in het midden van de vorige eeuw werd met het Momus-kanon de Vastenavond ingeschoten. Zoals dat tegenwoordig gebeurt met hetzelfde kanon nog tot de voornaamste traditie behoort op vastenavondzondag. Over de herkomst van het Momuskanon is in de archieven niets terug te vinden. (uit De Tempeleers en ’t vijfde seizoen 1985)

(Al in 't midde vaan de veurige iew woord mèt 't Momus-kenon op 't Vriethof de vastelaovend ingesjoote, zoe wie dat allewijl mèt datzelfde kenon nog tot de veurnaomste tradities huurt, op Vastelaovendszoondag. Euver de herkoms vaan 't Momus-kenon is in de arsjieve niks te vinde.) (oet "De empeleers en 't vijfde sezoen", 1985)

Datzelfde kanon wordt momenteel ook door de Tempeleers wordt gebruikt. Daarnaast organiseerde Momus ieder jaar een grote optocht. Na de oorlog werd het carnaval in Maastricht georganiseerd door carnavalsvereniging De Tempeleers

De sociëteit Momus heeft een eeuw lang het Vrijthof opgeluisterd met haar feestelijke evenementen. We mogen zelfs spreken van de Momus-époque, die inzette terstond na de moeilijkheden van de Belgische afscheiding. De ene festiviteit volgde na de andere. In 1841 reconstrueerde Momus op het Vrijthof de intocht van Karel V, mooier dan de echte intocht waarschijnlijk geweest is. Die Momusmannen konden zo in hun rol op gaan, dat Polis zelfs een groot staatsieportret liet schilderen in kostuum van Karel V met zijn paard er bij.

' De Momustempel werd in 1883 gebouwd en was een schepping van de Luikse architect Remont, die daarmede toch wel een vreemd element inbracht aan de oostelijke huizenrij van het Vrijthof.'

Het ging al rond de eeuwwisseling slecht met de carnavalsvereniging. Toch heeft de vereniging haar bestaan nog weten te rekken tot 1939 (het eeuw-feest), maar er werd eigenlijk niet zoveel meer georganiseerd. In 1935 werd de laatste optocht georganiseerd. De organisatorische leiding van de carnaval in Maastricht was eigenlijk in handen van "Maastricht vooruit", de voorloper van V.V.V.-Maastricht. In dit comité hadden een aantal leden van de sociëteit Servatius zitting. Vanaf 1936 werd de optocht georganiseerd door "Het comité van vijf". Momus was toen al uitgestorven. In de oorlogsjaren werd geen carnaval gevierd. Op 16 november 1945, na de oorlog, werd carnavalsvereniging De Tempeleers opgericht.

         

eine terök