Steenfabriek Bélvèdere

(Belvédère Steenfabriek en Delta Baksteen Unie)

'BELVÉDÈRE' STEENFABRIEKEN EN KIEZELEXPLOITATIE, EN DELTA BAKSTEEN UNIE (DBU) TE MAASTRICHT.

Brievenhoofd links is een muurschildering die te zien is in Valkenburg aan de Geul, deze en meer van zijn soortgenoten worden ism met de Gemeente Valkenburg aan de Geul, bedrijven, particulieren en de stichting "Teekens aan de Wand Valkenburg" behouden.

Tekst : Frank Hovens. Foto's: collectie J.G. van Rijt. Archieftoegang: EAN_1288. Met dank aan SHCL (Stichting Historisch Centrum Limburg)

De afbraak van de vestingwerken rond Maastricht na de opheffing van de vestingstatus in 1867 bood de stad, en met name de industrie, letterlijk de ruimte om te groeien. Het deel van Nederland tussen Kanne en Smeermaas, ten westen van Maastricht, vormde de gemeente Oud-Vroenhoven, die in 1920 door de gemeente Maastricht werd geannexeerd.

In 1897 startten Henri Baeten, aannemer te Roggel, en Joseph Lalieu, fabrikant uit Tegelen, onder Oud-Caberg, gemeente Oud-Vroenhoven, een ‘stoomsteenfabriek’. De commanditaire vennootschap onder firma Baeten Lalieu & Co vestigde zich in de omgeving van de plek waar voorheen het landhuis Belvédère had gestaan. De nabijheid van de Zuid-Willemsvaart was van grote betekenis bij de keuze voor deze locatie. In 1908 werd het bedrijf een NV en ging Stoomsteenfabriek en Kiezelexploitatie ‘Belvédère’ heten. Later volgden nog kleine naamswijzigingen. In 1960 werd Leo Joachim de Vries (Leeuwarden, 1915 - Maastricht, 1983) als directeur aangesteld. Na een fusie in 1969 met de Koninklijke Steenfabrieken Van Lookeren Campagne NV te Zaltbommel werd de houdstermaatschappij Delta Baksteen Unie NV (DBU) opgericht, gevestigd te Maastricht. Later werden nog enkele andere (keramische) bedrijven in de holding opgenomen; het aandelenkapitaal van de werkmaatschappijen was ondergebracht in DBU. De fabriek in Maastricht ging in 1982 failliet en ook DBU ging ter ziele. Nadien zijn in de groeve archeologische opgravingen gedaan, waarbij sporen en artefacten van Neanderthalers van circa 300.000 jaar geleden werden aangetroffen. Al in 1925 waren er de eerste vondsten gedaan uit de periode van de Bandkeramiek, de tijd van de vroegste landbouwers, zo’n 7000 jaar geleden.

Archief
Het archief bestaat uit stukken met betrekking tot 'Belvédère' Steenfabrieken en Kiezelexploitatie en stukken betreffende Delta Baksteen Unie (DBU), waaronder notariële akten, vergaderstukken (ook notulen van aandeelhoudersvergaderingen), jaarverslagen, bouwvergunningen, verzekeringspolissen, technische tekeningen en plattegronden, correspondentie, boekhoudkundige administratie, stukken betreffende personeelszaken*, stukken van diverse belangenverenigingen (zoals de Vereniging De Nederlandse Baksteenindustrie, de Vereniging van Baksteenfabrikanten in Limburg, Samenwerkende Baksteenfabrikanten en de Vereniging Sanering Metselbaksteenindustrie) en een fotoalbum (ca. 1963).

Naor Bove

Foto 1

Foto van het fabrieksterrein en het fabrieksgebouwen met schoorstenen van de Stoomsteenfabriek en Kiezelexploitatie Belvédère N.V. te Oud-Vroenhoven. Meerder arbeiders zijn aan het werk. Eerste persoon van links is ir. Paul Marres, president-commissaris; tweede persoon van links Jos Lalieu, directeur. Zij poseren voor de camera.

Foto's: collectie J.G. van Rijt. Archieftoegang: EAN_1288. Met dank aan SHCL (Stichting Historisch Centrum Limburg)

 

Foto 2

Foto van drie arbeiders, een jongetje, een klerk en de directeur van de Stoomsteenfabriek en Kiezelexploitatie Belvédère N.V. te Oud-Vroenhoven. Ze staan rond een werktafel met een wiel voor een treinonderstel voor een raam en deur van een fabrieksgebouw.

Foto's: collectie J.G. van Rijt. Archieftoegang: EAN_1288. Met dank aan SHCL (Stichting Historisch Centrum Limburg)

 

Foto 3

Foto van het fabrieksterrein en het fabrieksgebouwen met schoorstenen van de Stoomsteenfabriek en Kiezelexploitatie Belvédère N.V. te Oud-Vroenhoven. Meerder arbeiders zijn aan het werk. Op de voorgrond staat Jos Lalieu, directeur en mede-eigenaar.

Foto's: collectie J.G. van Rijt. Archieftoegang: EAN_1288. Met dank aan SHCL (Stichting Historisch Centrum Limburg)

 

Foto 4

Foto van drie mannen. De directeur Jos Lalieu, een arbeider (op klompen) en een klerk van de Stoomsteenfabriek en Kiezelexploitatie Belvédère N.V. te Oud-Vroenhoven bekijken een kaart of een constructietekening voor de deuropening in de hoek van een fabrieksgebouw. Eerste persoon van links is Jos Lalieu, directeur.

Foto's: collectie J.G. van Rijt. Archieftoegang: EAN_1288. Met dank aan SHCL (Stichting Historisch Centrum Limburg)

 

Foto 5

Foto van drie echtparen. Middenin staat een jonge vrouw. Ze staan op het terrein van de Stoomsteenfabriek en Kiezelexploitatie Belvédère N.V. te Oud-Vroenhoven voor een fabrieksgebouw met twee schoorsteenpijpen. Op de achtergrond staat een trekpaard voor een wagen.

Foto's: collectie J.G. van Rijt. Archieftoegang: EAN_1288. Met dank aan SHCL (Stichting Historisch Centrum Limburg)

 

Foto 6

Foto van ir. Paul Marres, president-commissaris, en Jos Lalieu, directeur van Stoomsteenfabriek en Kiezelexploitatie Belvédère N.V. te Oud-Vroenhoven. Ze wandelen over het fabrieksterrein langs een kantoorgebouw. Op de achtergrond is een deel van een fabrieksgebouw zichtbaar.

Foto's: collectie J.G. van Rijt. Archieftoegang: EAN_1288. Met dank aan SHCL (Stichting Historisch Centrum Limburg)

 

Foto 7

Foto van drie mannen. De directeur en mede eigenaar van de Stoomsteenfabriek en Kiezelexploitatie Belvédère N.V. te Oud-Vroenhoven en een onbekende man poseren voor de entree en raam op de begane grond van een woonhuis met het huisnummer D 63.
Eerste persoon van links is ir. Paul Marres, president commissaris; derde persoon van links is Jos Lalieu, directeur

Foto's: collectie J.G. van Rijt. Archieftoegang: EAN_1288. Met dank aan SHCL (Stichting Historisch Centrum Limburg)

 

Naor Bove

Jan Schook plaatste het volgende artikel op 07-05-2017 op FaceBook: 'In het gemeenteverslag lezen we over een steenfabriek';

Tijdens de zomermaanden was er op het fabrieksterrein genoeg te doen. De steenvormen moesten gewassen, gezand, gevuld en afgestreken worden. Er waren aanschuivers, afstrijkers, modderkruiers en stokers nodig. Het grondtransport was zwaar en het inzetten van stenen in een vlamoven was een grote kunst, ook het uitrijden van de stenen was een slecht beroep. De wagentjes met stenen moesten uit de drogerij gereden worden, het gevaar van het oplopen van brandwonden was hier duidelijk aanwezig, je eigen natte zakdoek was vaak de enige veilig­heidsmaatregel die getroffen werd. Bij plotselinge regen moesten de stenen die te drogen lagen met rietmatten bedekt worden, ook geen schoon werk, want de matten zaten vaak vol vlooien. Verder waren er stalknechten en hitterijders voor de paarden, later werden deze functies overgenomen door machinisten op de stoomloks, baggermolens, diesellocs en draglines.

Achteraf gezien had men vaak levensgevaarlijk werk. Bij net te hoge temperaturen konden de stenen gaan smelten. Op een keer waren alle stenen aan de muur gebakken en moesten met hamer en beitel van de wand gehaald worden, ze hadden alleen koeikes en oskes, en een natte rug. Het was levensgevaarlijk werk, de klompen verbrandden aan je voeten. Je moest, terwijl je volkomen verdroogde door de hitte, geen koud water drinken, dat kon je dood worden. Wel hete koffie, daar zorgde je maten wel voor. Men hielp elkaar, men kwam voor elkaar op, als je dat niet deed kwam je eten en drinken te kort, want het werk ging door. De gesmolten stenen werden later gebruikt voor rotstuintjes. Er werkten ook vrouwen en kinderen op het terrein, evenals de mannen droegen ze ook schorten, een veursloof, vaak gemaakt van keeper, ook morsmouwen, zodat door de modder de kleding niet al te vuil werd. Als er baby's waren werden ze vaak op een rietmat gevoed Vaak ging ze al om zeven uur naar bed, want op tijd beginnen was een wet, om twee minuten over tijd stond de baas al op zijn horloge te kijken waar je bleef. Ook kinderen waren van de partij. Vaak moes­ten ze op het testveld de stenen omdraaien. Het liefst zonder klompen, want de ruimte tussen de stapels werd zo klein mogelijk gehouden, dan konden er meer stenen staan. De verhalen van vroeger over het werken liegen er ook niet om. Zondagnacht om 12 uur stonden mannen, vrouwen en kinderen al klaar om te gaan werken. Bij plotselinge regen moest iedereen altijd present zijn om zo gauw mogelijk de stenen die lagen te drogen "te matten", dat wil zeggen: met rietmatten bedekken. De matten stikten ook vaak nog van de vlooien.

TRANSPORT
De omstandigheden waren met de komst van de stoommachines verbeterd, waren er eerst alleen maar paarden, in 1916 kwam de eerste locomotief in actie om het zware werk gedeeltelijk over te nemen. In de wintermaanden werd de klei vervoerd naar "het stort". De stoomloc trok de zestien karretjes aan de stoomschuif. De oude loc stond op een spoor van 60 cm breed, de nieuwe had een spoor van 70 cm breed. Er is heel wat
afgespeeld rondom de locomotief, door de natte grond zakten de rails soms scheef waardoor hij een keer vanzelf op de loop ging. Eerst werden de wagentjes geladen met de schop, later kwam een dragline het zware werk overnemen

ZINGEN
Dat het werken vroeger op de steenfabrieken zwaar was wil iedereen geloven. Toch werd er ook gezongen tijdens het werk. In de jaren twintig zijn er verschillende liedjes ontstaan over het werk en het leven van de arbeiders. Het volgende lied werd o.a. gezongen: 

'Wij zijn de jongens van de oven, dat willen de stadse niet geloven. Wij zijn de jongens van de stenenbakkerij, wij gaan voor de stadse niet opzij. Wij leven, wij leven voor de stad.

Een wat minder opbeurend lied is het volgende: 'Hij werkte dag en nacht op de fabriek, zijn geest was versuft, zijn lichaam was ziek. Thuis wachtte moeder en heel het gezin, want buiten de vader bracht niemand wat in. Moeder niet huilen, het wordt beter misschien, droog je tranen, ik kan ze niet zien. Ik heb nooit geweten, 't doet me zo'n pijn, dat 't loon van de arbeid zo bitter kan zijn'.

Foto links laat de Groeve in 1950 zien, foto is geplaatst door National Archief op de website van Wikipedia

Via de website van Grofkeramiek ben ik het verhaal tegengekomen over de Stoomsteenfabriek Belvédère te Maastricht.  Het verhaal is geschreven en gepubliceerd door dhr. Boed Marres

Deze kunt u nalezen door op deze link of op de foto rechts te klikken.

Foto rechts, de stoomsteenfabriek in aanbouw in 1908 met twee enthousiaste jonge industriëlen, Paul Marres en zittend Jos Laliue.

Wilt u informatie over de opgravingen die hebben plaatsgevonden in de groeve van Belvédère ? Kijk dan eens op de site van Natuurschriften gepubliceerd door dhr P.W. Bosch. Deze kunt u nalezen door op deze link te klikken of op de foto links.

Op de foto zijn Taunuskwartsieten te zien opgenomen uit de Triasconglomeraat van Epinal (Vogezen). Let op de afronding. Collectie P.W.Bosch en W.M. Felder. Blz 13 t/m 31.

Foto L.R. Funcken, Rijks Geol. Dienst Heerlen 1974. Blz 31.

De muurschildering rechts is te zien in Valkenburg aan de Geul en wel op de Thibaltstraat 7, deze mooie muurschildering en meer van zijn soortgenoten worden in samenwerking met de Gemeente Valkenburg aan de Geul, bedrijven en particulieren en de stichting "Teekens aan de Wand Valkenburg" deze muurschilderingen behouden.

De schilders/kunstenaars zijn:

Gorissen Schilders, André Konings, Ivo Benders en Hailey Huynh

De toekomst van Belvédère:

Anno 2020 is de Gemeente Maastricht volop bezig met het uitvoeren van de laatste stukjes van 'plan project Belvédère', voor meer informatie ?

Zie de site van de Gemeente Maastricht.

Of op de site van Wikiwand

Naor Bove

Tekst 1ste gedeelte: Frank Hovens. Foto's: collectie J.G. van Rijt. Archieftoegang: EAN_1288. SHCL, Tekst 2e gedeelte: Jan Schook, Wikipedia, forum MestreechOnline,

eine terök