Bezoek

Cellebroederskapel

Bezoek aan de Cellebroederskapel

Hoeveel mensen lopen dagelijks hier voorbij zonder te weten dat één van de pareltjes van Maastricht hier verscholen ligt. Ik heb afgesproken met dhr. John Eijssen de beheerder van de Cellebroederskapel en initiatiefnemer van het boek ‘Stilte in de Stad’ met verhalen van gewone en ongewone burgers die hun ervaringen delen uit de eerste golf Corona en de initiatiefnemer van het ‘Stille Licht’, waarbij het woordje Stille slaat op de eenzaamheid en werkelijke stilte. Licht staat hier voor Hoop en vooruitzicht op beter. Een tocht die vanuit de Cellebroederskapel vertrekt naar de Onze Lieve Vrouwe ‘Sterre der Zee’ Basiliek met een brandende olielampje die afkomstig is uit 1967 uit de Nederlandse noodvoorziening van een veldlazaret en geeft zo een extra dimensie aan dat ‘Stille licht’. Deze brandende lantaarn staat symbool voor alles en iedereen die te lijden hebben onder de Corona.  

Voor het Magazine ‘Maastricht Digitaal’ mocht ik een (foto)reportage maken. Altijd leuk om de gelegenheid te krijgen om iets vast te mogen leggen van ‘Us Mestreech’.

De Cellebroederskapel, als oud leerling van de Aloysiusschool aan de Brusselstraat kwam ik er wel eens via de poort van de speelplaats die uitkwam in de tuin van de Beyart. De klassenfoto’s werden genomen in de tuin vlakbij de Cellebroederskapel bij een waterput. Er waren twee speelplaatsen, een aan de voorkant van de school voor de hogere klassen en een aan de achterzijde voor de lagere klassen. De speelplaats grensde aan een muurtje die de speelplaats van de droge gracht scheidde die rond de achterzijde van het lagergelegen Cellebroederskapel liep.

Ik begin altijd met wat achtergrond informatie, waar kun je dan beter beginnen als bij de website. Deze begint met ‘Een uniek monument voor al u wensen’.  De kapel is meermalen van functie en eigenaar gewisseld, van de Cellebroeders, de Franssen, cipiers, brouwers tot aan bankmedewerkers toe. De kapel en bovenzaal kunnen gehuurd worden voor culturele, maatschappelijke en religieuze doeleinden. Er is (nog) geen doopvont maar dat kan zeker geregeld worden, het zou betekenen dat je voor alles vanaf de geboorte tot aan het afscheid van je dierbare terecht kunt in de Cellebroederskapel, verder kunnen er trouwpartijen en recepties gegeven worden, dit allemaal in een prachtige intieme ambiance. De locatie zelf kan voor nog meer doeleinde gehuurd worden en men is erg flexibel en levert maatwerk naar de wensen van de klant, inderdaad ‘Voor al u wensen’.

De Cellebroederskapel blijft haar bestemming trouw en heeft niet zoals zovele kerken en kloosters in Maastricht een andere bestemming gekregen, nee mijn inziens heeft men de diensten uitgebreid naar de wensen van hedendaags. 

John kwam aanfietsen en al snel was het ijs gebroken. We hadden beide op de Aloysiusschool gezeten, we hebben net niet bij elkaar in de klas gezeten en we waren beide van school gegaan in het jaar dat er meisjes werden toegelaten, voorheen was de Aloysiusschool een jongensschool. John opent de deur naar de kapel en wauw, nog mooier dan ik in gedachte had. Ik was hier jaren (2009) geleden tijdens een Open Monumentendag geweest.  Het eerste wat opvalt bij binnenkomst is het Binvignat orgel, deze heeft een prominente plek in de kapel waar je niet om heen kunt, het orgel staat voor de gevel aan de Westwand en werkt de opening mooi weg waar vroeger een garagepoort heeft gezeten. Als John het licht aanmaakt zie je drie prachtige kroonluchters die ontworpen zijn door Pieter Spruyt, maar dan kijk je naar het plafond en zie je acht prachtige Engelen ‘vliegen’ die hun  instrumenten bespelen, iets verscholen en uit het zicht door het orgel is de tekening van het ‘laatste oordeel’. 

Aan de Noordgevel van de kapel staat een grote zware zwarte tafel van ca 10 cm breed, deze is afkomstig uit de St. Servaasbasiliek en was waarschijnlijk een muuraltaar, op vier de hoeken een kruis ingekerfd, volgens John zou daar weleens het borstbeeld van St.Servaas op gestaan kunnen hebben, althans als je de afdrukken ziet. De Raamtracering van verschillende ramen laten de Maastrichtse ster zien. Op de vloer zie je geheimzinnige nummers staan, dit zijn genummerde grafsteentjes van de overleden broeders, John benadrukt dat de broeders niet ‘zelf’ onder de vloer begraven liggen. Bij een nis in de wand staat de tekst ‘Cogita Mori’ wat zoveel betekent als ‘denk aan de doden’. Ik weet nog dat bij mijn eerder bezoek (2009) in de nis een doodskop stond, deze is nu vervangen door een zandloper. Boven het orgel is een rond gat te zien, ik dacht dat daar het touw door moest voor het luiden van de klok, maar helaas, het heeft te maken met de akoestiek. De gewelven boven de kapel  laten de vakmanschap zien waarmee de kapel gebouwd is, ronde koepels met mortel dichtgesmeerd, houten balken met penverbinding.  

Als je de een kapel binnenloopt heb je niet de neiging om te fluisteren, het was lekker warm, zoals John al zei ‘de enige verwarmde kapel in Maastricht’. Al snel raakte we in gesprek over de kapel zelf en het viel me op dat John de juiste man op de juiste plek was. Van de logistieke afdeling  van het AZM, conciërge, leraar, politieman naar beheerder Cellebroederskapel (als ik het allemaal goed heb onthouden), John Eijssen een man met vele talenten. Een man vol passie en ‘eine vaan us’, ik mag wel zeggen dat het een erg leuke reportage werd. Bij veel gebouwen in Maastricht blijft het niet bij één bezoek, zo ook bij de Cellebroederskapel. Ik zal dan ook zeker gebruik maken van het aanbod van John om nog eens terug te komen.

Algemeen:

De Cellebroederskapel maakt onderdeel uit van de Beyart, de huidige eigenaren van de Beyart, Broeders FIC hebben het voormalig kloostergebouw dat dateert uit 1894 verkocht aan vastgoed investeerder Secufund Investments (SFI), ‘met het behoud van het cultureel erfgoed zijn er veelbelovende plannen ontwikkeld die het bestuur in staat stelt om de bewoners en senioren in Maastricht nóg meer en betere zorg en dienstverlening aan te bieden, aldus mevr. Anke Huppertz, bestuurder van Beyart’.

 Begin 1980 werd door De Broeders FIC het Kloosterverzorgingshuis De Beyart opgericht. Naast broeders maakten al spoedig ook zusters deel van uit van De Beyart. De Beyart is anno 2020 een plek voor verzorgd wonen, waar naast broeders en zusters inmiddels steeds meer niet-religieuze bewoners wonen. Broeder Wim Luiten, overste Broeders Nederland FIC vertelt: “Wij zijn blij om het hele Beyart-complex te kunnen overdragen aan de nieuwe eigenaar, in wie wij vertrouwen hebben. Wij doen dit wel met een zekere pijn in ons hart, omdat wij nu - na ruim 125 jaar - onze vertrouwde en tastbare Beyart-historie in andere handen leggen.”

 Het unieke karakter van de monumentale gebouwen van De Beyart en het vele groen blijven behouden. De stichting Cellebroederskapel heeft contact met de nieuwe eigenaren gehad en hebben na gesprekken hier een goed gevoel bij. Het pand van de Cellebroederskapel behoort toe aan de Vereniging Hendrick de Keyser uit Amsterdam, deze vereniging is eigenaar van zo’n 400 panden, van renaissance tot art deco en van Abraham v/d Hart tot Rietveld. Het is representatief van de Nederlandse architectuur en interieurgeschiedenis. 

 

 Wat geschiedenis :

De geschiedenis van de Cellebroeders gaat terug tot 1360, toen de order van de Cellebroeders of Alexianen zich vestigden in de wijk Tweebergen aan de Brusselsestraat. Zij waren de stad van groot nut omdat zij doden begroeven en zwakzinnige opnamen in hun huis. Omstreeks 1512 bouwden zij een kloosterkapel aan de rand van de toenmalige stad, tussen de Brusselsestraat en de stadswal. In 1539 werd het klooster verbouwd. Klooster en kapel kennen een bewogen geschiedenis. De broeders deden er hun werk tot 1797, toen hun instelling onder het burgerlijk armenbestuur werd geplaatst. In de 19de eeuw raakte het oude gebouw buiten gebruik als ziekenhuis en kreeg wisselende bestemmingen, onder meer kunstatelier, gevangenis, brouwerij en, bijna honderd jaar later, Bank van lening. Toen de bank in 1924 die huisvesting prijsgaf, waren de  gebouwen er slecht aan toe. Zo slecht, dat uiteindelijk ze in de jaren 40 grotendeels gesloopt werden. Alleen de kapel  en een klein restant van het oude klooster bleven gespaard.  Deze kwamen vervolgens in bezit van de Broeders van de Beyart, die in de jaren 1964 tot 1966 besloten tot een algehele restauratie en grotendeels eigenhandig de kalk van de gewelfschilderingen krabden, daarvoor hebben ze in het Monumentenjaar 1975 een landelijke onderscheiding kregen.  In 1966 was de kapel weer in oude luister hersteld. De kapel is geheel opgetrokken in blokken mergel, die aan de buitenzijde rood zijn geschilderd om (duurdere) Duitse zandsteen te imiteren.
Inwendig bestaat het gebouw uit een één ruimte met een gewelf in vier traveeën waarvan de ribben van de gewelfvakken tezamen een netgewelf vormen.
Op 4 oktober 1995 droegen de Broeders van De Beyart de Cellebroederskapel over aan Stichting Cellebroederskapel,  die speciaal werd opgericht om de kapel in stand te houden  voor religieuze, culturele en maatschappelijke activiteiten.  De Stichting Restauratie Atelier Limburg nam daarna nogmaals de kapel onderhanden. Tijdens de restauratie werden in het gewelf persbrokaten sterretjes ontdekt, deze zijn uniek in Nederland. Het gewelf is op zich uniek omdat onder dikke kalklagen de originele beschildering te voorschijn kwam. Bij de restauratie zijn op dit gewelf resten van geschilderde bladranken en engelenfiguren teruggevonden. Tegen de westwand van het schip bevindt zich een zeer zeldzaam restant van het ‘laatste oordeel'. Prachtig zijn de sterren die tegen het plafond zijn geschilderd, die waren in de mergel gekerfd en vervolgens met een soort reflecterende verf geverfd, dat moet een prachtig gezicht zijn geweest om in de kapel ‘fonkelende’ sterren te zien.

In 2006 droeg de stichting de eigendom van de kapel over  aan de landelijke Verenging Hendrick de Keyser, die tot doel heeft cultureel erfgoed in stand te houden. Stichting Cellebroederskapel treedt sindsdien op als beheersstichting. In 2007 is de kapel door de Gemeente Maastricht aangewezen als huis van de gemeente, waardoor het mogelijk  is in de kapel wettelijke huwelijken te sluiten. Ook zijn ontvangstruimte en bovenzaal ingrijpen gerenoveerd. In 2012 werd het 500-jarig bestaan gevierd. De kapel  werd ter gelegenheid daarvan voorzien van nieuwe  kroonluchters, ontworpen door Pieter Spruyt.  

 

Het Binvignat-orgel

De geschiedenis van het monumentale orgel in de Cellebroederskapel, gebouwd door de Maastrichtse orgelbouwer Joseph Binvignat (1755-1837), gaat terug tot 1794. Men vermoed dat het orgel afkomstig was uit het Wittevrouwenklooster aan het Vrijthof, maar dat kan niet kloppen, omdat in dit klooster na 1794 nog melding wordt gemaakt van de aanwezigheid van een orgel. In 1879 werd het orgel door de Maastrichtse orgelmakers  Pereboom & Leijser hersteld en via pastoor Janssen van de H. Antonius van Padua-kerk in Scharn werd het concertorgel van de Dominicanenkerk geruild voor het Binvignat-orgel. Het stadsbestuur vond tenslotte in de jaren 1960 in de juist gerestaureerde Cellebroederskapel een geschikt onderkomen voor het Binvignat-orgel. Het duurde nog tot 1969 voordat het instrument grondig werd gerestaureerd naar de achttiende-eeuwse toestand van het orgel. In 2009 vond de laatste grondige restauratie plaats.

Als laatste nog een woord van dank aan John Eijssen om zijn vrije tijd voor ons beschikbaar te stellen.

naor bove

Kijkje boven de kapel.

Bron: boekje Gaudeamus Verenigingsblad Maastrichts Mannekoor Jaargang 68, nummer 2 – 2013 BLZ 3 t/m5, Maastrichts Silhouet deel 3 De Cellebroederskapel. Website Cellebroederskapel, Wikipedia Joseph Binvignat, Wikipedia Cellebroedersklooster, Kerkgebouwen, De Beyart, Hendrick de Keyser. Foto's John Kerkhofs namens Maastricht Digitaal.

eine terök