JEMA - gem. Maastricht

(Tegenwerking van gemeente Maastricht )

JEMA en de gemeente Maastricht:

Onderstaande uit de Volkskrant van 04-07-1978 teloorgang van JEMA,

Bron: Delpher kranten

POTTEMENNEKE, Roberts: Kruistocht voor Keramiek. “Maastrichts aardewerk gaat teloor”

Van onze correspondent

MAASTRICHT – Jef Roberts (41) tracht met een bijna verbijsterende inzet de traditie van het eens wereldberoemde Maastrichts aardewerk te redden. Die traditie dreigde totaal verloren te gaan. Roberts: “Wat er aan Maastrichts aardewerk overbleef zijn platgeslagen tegels en sanitair van de Sphinx.” Weg dus vazen, schotels, borden, serviezen, wandtegels die de naam van Maastricht vele decennia lang sinds Petrus Regout in alle werelddelen bekendheid gaven.

Roberts doet zijn reddingspogingen in een totaal verlept deel van het aardewerkbedrijf Jema dat naar België verhuisde. Het lekt er aan alle kanten, Roberts en zijn echtgenote komen emmers en bakken te kort om het water dat bij slecht weer vrij spel heeft op te vangen. Ook van de bedradingen, de plafonds en andere essentiële onderdelen deugt amper nog iets. Zo beschouwd is Roberts een arme idealist die de oude glorie van het Maastrichtse ambacht poogt te redden.

Je zou dan zeggen dat op de eerste plaats het gemeentebestuur van de Limburgse hoofdstad alles in het werk stelt om zo’n koene eenzame ridder op zijn minst aan een behoorlijk onderkomen te helpen. Niets is minder waar. “Maastricht” laat hem maar begaan. Tenslotte is er nog een enorme voorraad aan plaatselijke aardewerk dat de Sphinx-Céramique in betere jaren maakte en waarmee men in Maastricht “als de ruimte daarvoor gevonden kan worden” nog eens een museum wil vullen. Dan kan iedereen tegen betaling gaan staren naar wat vroegere generaties vervaardigden om hun doorgaans schamele kost te verdienen. Ook de overgebleven moedervormen zullen dan te zien zijn.

Roberts weet dat de Sphinx-mallen naar het buitenland werden verkocht. Wat overbleef had hij graag tegen betaling in zijn bezit willen krijgen. : Maar ze moeten suf bewaard worden. Als er enig gevoel voor Maastrichts aardewerk had in gezeten zouden ze gezegd hebben goed: doe er wat mee. Ik heb daar gewoon inzinkingen van. Zo gaat dat in Maastricht”, klaagt Roberts. “Het wordt me zeer lastig gemaakt.” Hoge Maastrichtse heren die mooie adviezen aan B. en W. en de gemeenteraad hadden kunnen geven kwamen omdat hij hulp had gevraagd, kijken. Daar bleef het dan bij.

Smeekschriften hielpen niet. Ook de Culturele Raad Limburg kwam de zaak in ogenschouw nemen. Die vond dat hij te veel maakte, te veel om exclusief te zijn. Dus ook van die kant was geen heil te verwachten omdat de “raad” helemaal niet in de gaten heeft dat geenszins de bedoeling van Roberts is om een stukje cultuur in de rijkste zin van het woord te creëren. Het gaat er om, een Maastrichtse Industriële traditie te redden. “Het is een schandaal dat we straks naar een museum zouden om moedervormen te bezichtigen”, zegt hij.

Anderen zien tot zijn geluk nog heel wat in zijn dag- en nachtarbeid die eigenlijk werk voor velen is, maar Roberts mag niemand aannemen omdat de arbeidsinspectie zijn onderkomen zo ondeugdelijk vindt en daar kan hij wel in komen. Bij die anderen rekent hij voorop de hoogbejaarde kunstenaar Charles Eyck die wellicht nog harder dan Roberts zelf bij alles wat maar autoriteit kan heten aan de bel heeft gerukt teneinde de nodige armslag te krijgen. Eyck (81) heeft voor Jef Roberts ontwerpen gemaakt, voor vazen vooral. Maar Roberts wil zoals hij zegt Eyck niet onder druk zetten. Hij moet zijn eigen werk in zijn eigen atelier in het Ravensbosch te Schimmert kunnen doen.

Roberts praat vertederd over de hulpvaardigheid van “de grote Charles” die zelf nog als jong broekje in de Maastrichtse aardewerkindustrie zijn eerste centen verdiende. En ook over de gemeente Geleen, die voor hem in Maastricht heeft gepleit en mits deze stad hem de ruimte laat via de sociale werkplaats (in Geleen) met hem wil samenwerken. Dat noemt Roberts toch wel zeer frappant: Geleen wil een Maastrichtse traditie mee helpen te redden.

Hij bezet nu vijf “vakken” in het oude fabriekscomplex aan de Fort Willemweg. Hij zou er zeven willen hebben. Die zeven eenheden zouden dan, zo werd vlug door Maastricht berekend 27.500 gulden huur per jaar moeten opbrengen. Voor een man die nu ongeveer anderhalf jaar worstelt om er iets van te maken bar veel. Dus dat dan maar niet. Zelfs bij terugvallen op twee eenheden in die bouwval gaat hem opknappen en installeren een kapitaal kosten. Daarom wil Robertszijn eigen huis verkopen om zijn atelier te redden. Want “ik vecht om te kunnen blijven werken. Ik wil velen met mijn kennis gelukkig maken”.

Hij bekent goud in zijn vingers te hebben. “Alles wat ik onderhanden neem lukt. Ook houtbewerken.” Dat doet hij daarom bij.

De directeur van Jema vond dat Roberts de man was om de Maastrichtse aardewerktraditie voort te zetten. Hij liep nachtenlang te ijsberen over de vraag hoe hij een achtergelaten investering van een miljoen kon redden. Door zelf een fraai eigen huis te bouwen spaarde hij geld om het atelier op te zetten. Van Jema nam hij nog heel wat modellen over die nog niet op de markt waren gekomen en anders in de containers waren verdwenen.

Picasso

Voor de rest vaart hij nu ruimschoots op eigen ontwerpen verder. Voor tal van ontwerpen zocht hij inspiratie in werk van Eyck en zijn andere favoriet Pablo Picasso. Zonder ze te imiteren, wil hij erbij zeggen. Hij acht zich zelf geen artiest, wel een ambachtsman. Dus een ‘Pottemenneke’ zoals de werkers in de Maastrichtse keramische industrie vroeger heetten. Roberts verklaart zich nooit iets te hebben aangetrokken van wat anderen over zijn werk denken. “Ik maak wat ik zelf leuk vind”.

En hij heeft succes. Zoveel dat hij de boetieks en speciaalzaken (zijn klanten) niet altijd op hun wenken kan bedienen. Vooral zijn wit aardewerk blijft nog steeds een schlager, zoals poezen, honden, vazen en borden. Hij heeft daarvoor een verklaring: het publiek wil Maastrichts aardewerk kopen en er zijn nu eenmaal duizenden die er het geld niet voor hebben om voor een bordje van Petrus Regout een klein kapitaal neer te leggen.

 Bron: Artikel gevonden bij Delpher kranten

Rechts artikel uit de Volkskrant van 27-07-1951Bron Delpher kranten

Bron: Delpher kranten

naor bove

eine terök