Vensterbelasting

(Venster, raambelasting en belasting op deuren)

Vensterbelasting oftewel Raambelasting en belasting op deuren:

Als je zo door Maastricht loopt en natuurlijk zul je dat ook in andere steden zien, zie je hier en daar ramen die wel in gebouwen aanwezig zijn maar die geblindeerd of zelfs dichtgemetseld zijn, er zijn zelfs die er ramen inclusief gordijnen op hebben geschilderd !

 

Belasting op deuren en vensters was ooit een vorm van onroerend goed belasting, een directe belasting ingevoerd omdat het verhogen van de inkomstenbelasting niet in goede aarde zou vallen en deze vorm van belastingheffing vrij gemakkelijk was te heffen en te controleren. In Nederland trad de belasting op deuren en vensters op 1 januari 1812 in werking, na de val van de onafhankelijkheid.

 

Het Franse belastingstelsel werd ook in Nederland ingevoerd (de belasting op deuren en vensters werd ingevoerd "bij Keizerlijk Decreet van 21 oktober 1811").

Deze vorm van belastingheffing wordt vaak "vensterbelasting" of "raambelasting" genoemd. Soms wordt gesproken over "ramen- en deurenbelasting".

 

Foto links Calvariestraat in Maastricht door John Kerkhofs.

De vensterbelasting was afhankelijk van:
- het aantal toegangsdeuren (in België werd verschil gemaakt in het soort deur, bijv. een koetspoort werd zwaarder belast dan een normale buitendeur) 
- het aantal ramen
- het aantal inwoners van de gemeente waar de woning stond (bijvoorbeeld in 1821 bedragen van 0,40 tot 1,10 gulden per deur of venster)
- de verdieping waarop de deur of het venster (bijvoorbeeld vanaf de derde verdieping een kleiner bedrag)
- de gemeente (op een bepaald moment werden de grote steden enigszins ontzien)
- wellicht was het bewoond zijn of leegstaan ook van belang.

De vensterbelasting gold voor alle buitendeuren en -vensters die "uitkomen op de straten, plaatsen, tuinen, vaarten of wateren". In de begintijd van de belastingheffing was er nog wel eens verwarring welke deuren en vensters wel en welke niet belast waren. De belasting gold uitsluitend voor buitendeuren en buitenvensters, dus geen deuren en ramen die geen directe verbinding hadden met de buitenlucht. (Deze buitendeuren en -vensters waren ook door de inspecteurs gemakkelijker te tellen.) Ook vensters op binnenplaatsen, achterplaatsen e.d. telden mee.

In Nederland waren uitgezonderd van vensterbelasting (wet van 12 juli 1821):
- woonhuizen beneden de 20 gulden jaarlijkse huurwaarde
- fabrieken, schuren, stallen, kerken, scholen e.d., openbare gebouwen
- dakvensters
- zolders, kelders en andere vertrekken die niet voor bewoning geschikt waren.

De belasting werd geheven van de bewoners (huurders) van de gebouwen, maar als de eigenaar aangeslagen werd zou deze dat bedrag
aan de huur toevoegen.

Naast de vensterbelasting kende men als directe belasting, naast de belasting op huizen en landerijen, in diverse landen ook belastingen op het aantal haarden (haardsteden, schoorstenen, schouwen, ovens), het meubilair en bijvoorbeeld ook het aantal luxe paarden, dienstmeiden en knechten. Het gemak van de heffing van de vensterbelasting was duidelijk: de inspecteur hoefde niet naar binnen, hij telde eenvoudig het aantal buitendeuren en ramen van de woning en koos het bedrag per buitendeur/raam (afhankelijk van de gemeente). Na verloop van tijd werd de vensterbelasting, door de uitzonderingen en verschillende interpretaties van de wet, toch complexer dan zij oorspronkelijk leek.

Ontwijken of verminderen van de vensterbelasting
Als gevolg van de vensterbelasting hebben burgers veel gedaan om deze belasting te verminderen:

- vensters dichtmetselen; vaak werd er in de dag gemetseld, zodat nog wel het venster als vorm zichtbaar was; soms bleef ook de raamdorpel (buitenzijde venster) bewaard; soms werden de gevels na het dichtmetselen wit gepleisterd (zodat het aanzien weer min of meer één geheel was) of werd beschilderd met
een raam dat op de echte vensters leek; aan de binnenzijde werd het dichtgemetselde venster vaak met behang beplakt of van een schilderwerk voorzien
- minder vensters, maar groter (uiteraard bij nieuwe woningen)
- verhuizen naar een plaats waar minder vensterbelasting werd geheven
- het huis niet permanent bewonen (deze reden wordt verschillende keren genoemd, maar het is niet duidelijk of dit echt meespeelde).
Door die acties werd simpelweg het bedrag per deur en raam verhoogd; de benodigde inkomsten van de overheid werden immers periodiek vastgesteld.
(Andere trucjes om belasting te ontduiken waren bijvoorbeeld schilderwerk met marmerimitaties en het overschilderen van eikenhout waard
oor het grenenhout leek...)

Foto rechts Maastrichter Heidenstraat in Maastricht door John Kerkhofs

In Nederland werd de vensterbelasting pas in 1896 beëindigd, met het einde van het Franse belastingstelsel.
voorbeeld van een deuren- en vensterbelasting (het jaar xii is het 12e jaar van de franse republikeinse kalender die start op 22 september 1792

 

Naor Bove
Foto Watermolen het Ancker Vijf Koppen in Maastricht door John Kerkhofs Foto St.Jacobstraat in Maastricht door John Kerkhofs

Bron: Website Joost De Vree, Google Books - Wetgeving rakende het stelsel van belastingen naar de wet van 12 juli 1821 vanaf BLZ 114, Foto's John Kerkhofs

eine terök