Water en Vuurwinkeltjes

(Art. door Tiny Feij in Magazine Maastricht Digitaal)

Water en vuur winkeltjes en gasverlichting in oud Maastricht

Geschreven door Tiny Feij, gepubliceerd in magazine Maastricht Digitaal:

Anno 2020 zal men tevergeefs zoeken naar een 'water- en vuurwinkeltje'. In de 19e eeuw en ook nog in het begin van de 20e eeuw was een water- en vuurwinkeltje een gewoon verschijnsel.  Wat waren dat voor winkeltjes? In een water-en-vuurwinkeltje kon je tegen betaling gloeiende kolen en heet water halen. Nu zouden deze winkeltjes volledig overbodig zijn maar vroeger hadden ze hun nut. Dat zat zo: arbeiders moesten toen 's morgens zeer vroeg opstaan om op tijd in de fabriek te zijn. Dan was de kachel meestal uit of niet warm genoeg om water heet te krijgen voor de koffie of thee. Heet water kwam toen nog nog niet vanzelf uit de kraan zoals tegenwoordig. Als je heet water wilde hebben moest je dat zelf warmen op de kachel. Waarom dan niet verwarmd op gas? Water verwarmen op gas was geen optie omdat gas vr het midden van de 19e eeuw meestal niet beschikbaar was voor particuliere woningen. Zelfs in 1880 had pas n op de vijf huishoudens de beschikking over gas, dat overigens gebruikt werd voor de verlichting en nog niet vr verwarming! Voor een groot deel van de bevolking was gas veel te duur. Veertien cent per kubieke meter bij een verbruik van gemiddeld 300 kubieke meter per jaar zorgde ervoor dat een aansluiting op 50 a 60 gulden uitkwam! Dat was ongeveer n derde van het jaarloon van een arbeider. Gasverlichting was dus een luxeprodukt! De oplossing was om heet water te halen in het water-en-vuurwinkeltje. ook hout en gloeiende kooltjes om de kachel aan te maken kon je er krijgen. Die gloeiende kooltjes stopte men ook vaak in het strijkijzer of in de stoof !

Zo maakten deze water-en-vuurwinkeltjes het leven van 't armere deel van de bevolking wat makkelijker. Behalve voor het leveren van water en vuur fungeerden deze winkeltjes ook vaak als wekdienst want men moets op tijd in de fabriek zijn! Wekken was niet gratis, er moest voor betaald worden. Dat kostte je ongeveer 10 cent per week. Water en vuur waren goedkoper, de klant betaalde in veel gevallen 5 cent voor vuur en 5 cent voor water. Niet per kr maar per wk.

 

Van deze water-en-vuurwinkeltjes waren er de nodige te vinden in Maastricht, vooral in de buurten waar fabrieksarbeiders woonden. Even een aantal voorbeelden: In de Stokstraat hadden de gezusters Bams een water-en-vuurwinkeltje. Je moest eerst door het caf lopen (mogelijk van P.J.Bams) voor je bij de waterketel kwam. Op deze foto staan (volgens mijn informatie) vooraan links de gezusters Bams.

 

Adolf Caris (1857-1918) werkte bij de Post en was actief bij de vakbeweging te Maastricht. Het echtpaar Caris had in Wijk (vermoedelijk in de Hoogbrugstraat) een winkeltje waar je o.a. bokkingen en warm water kon kopen.

In de Maastrichter Grachtstraat op no. 39 lag in de eerste helft van de 20ste eeuw een water-en-vuurwinkeltje. Halverwege de Mariastraat lag er ook een.

 

Op de Boschstraat moet vroeger een water-en-vuurwinkeltje gelegen hebben. De eigenaresse zou "Betsje" geheten hebben.

Het water-en-vuurwinkeltje in de Bogaardenstraat staat beschreven in de 'Nederlandse Volksverhalen Bank'.

Tenslotte het Bat no.1, op de plek waar nu het 'Pothuiske' staat.

Daar was een schoenmaker gevestigd, die altijd een grote ketel water boven het vuur had hangen. hij of zijn vrouw verkochten als bijverdienste 'koffiewater'.

 

Gelukkig zijn we voor ons heet water niet meer afhankelijk van dit soort winkeltjes! Daar kunnen we Jan Pieter Minckelers, professor aan de universiteit van Leuven en Maastrichtenaar van geboorte dankbaar voor zijn. Hij deed vanaf 1778 natuurwetenschappelijk onderzoek naar gassen. Door steenkool te verhitten slaagde hij erin hat daarin aanwezige gas te laten ontsnappen en bruikbaar te maken voor verwarming en verlichting. Dat leverde hem een standbeeld op in Maastricht en in het Belgische Heverlee samen met zijn mecenas. Maar niet alleen hier wordt hij geerd! In de universiteit van Turijn is een zaal naar hem vernoemd waarin een portretbuste staat van onze Maastrichtse geleerde.  Het heeft nog tot 1848 geduurd eer iemand in Maastricht gebruik ging maken van de uitvinding van Minckelers!

Foto John Kerkhofs markt Maastricht 2019

Foto waterwinkeltje Kleine Gracht Roel Janssen op printerest (Geupload door Elly)

 Petrus Regout was degene die er wel iets in zag. Op 26 februari van dat jaar opende Regout zijn eerste gasfabriek. De bedoeling was om het gas te gebruiken voor verlichting in zijn fabrieken. Maar daar bleef het niet bij, hij wilde een gasleidingnet aanleggen dat ook de verlichting van straten en gebouwen in Maastricht zou verzorgen. Daarvoor sloot Regout een overeenkomst met de gemeente. Hij kreeg een concessie van de stad Maastricht voor de levering van gas aanderden (de inwoners). Al het gas dat hij niet gebruikte in zijn fabrieken, zou hij op deze manier kwijt kunnen. Petrus was zeer voortvarend: binnen n jaar had hij alle straten voorzien van een glazen buizennetwerk! De gasbuizen werden door zijn eigen glasfabrieken vervaardigd. Het waren groene glazen buizen met een doorsnee van 15 cm en waren 2cm dik en waren 1 tot 1 1/2 meter lang en werden volgens een speciaal proced geblazen. De uiteinden werden met kit vastgezet, de bochtstukken en vertakkingen waren van porselein en waren met glas bedekt.  Zijn glazen buizen hadden het voordeel dat ze goedkoper waren  dan de ijzeren buizen. En, ze konden niet roesten! maar ze hadden het nadeel dat er vaak problemen waren o.a. met de pijpaarden verbindingen.

De St.Mathiaskerk aan de Boschstraat was de eerste kerk die een gasverlichting kreeg, de Momus aan het Vrijthof was het eerste particuliere gebouw met verlichting op gas. Ten opzichte van andere steden was Maastricht vrij laat met het invoeren van openbare gasverlichting in de straten. Voor 1847 hadden de meeste steden al besloten om voor verlichting op gas over te schakelen. Ook de bouw van steenkolen-gasfabrieken daarvoor liet op zich wachten. Het late besluit had zijn oorzaken! Omdat Maastricht een vestingstad was kon het rijk dit tegenhouden. Toen de stad Maastricht eindelijk toestemming van de overheid kreeg om in de straten gasverlichting aan te brengen besloot de gemeenteraad zlf een gasfabriek te bouwen. De vergunning van Regout tot het hebben/leggen van buizen in de straten werd op 11 oktober 1854 ingetrokken. Dat was niet naar de zin van Petrus Regout! Tot in de Hoge raad werd dit besluit aangevochten. Zelfs na de voor hem negatieve uitspraak probeerde hij ng het raadsbesluit bij de kroon te laten vernietigen.

Het mocht niet baten, Petrus regout kreeg het bevel de glazen buizen, die al gelegd waren, weer uit de straten te verwijderen. Van de reeds gelegde 6500 glazen buizen waren er maar 19 stuk. Voortaan mocht hij nog maar uitsluitend gas produceren voor eigen gebruik. In 1858 werd de Stedelijke Gasfabriek aan het Lindenkruis met groot feestelijk vertoon in gebruik genomen. Twee maanden na de opening brandden er in Maastricht al 256 lantaarns op gas. In 1965 is men overgegaan op een ander soort gas, aardgas. Op dit moment wil men hier weer vanaf. Wat het in de toekomst wordt zullen we moeten afwachten!

Artikel uit van 17-10-1854 uit

De Noord Brabanter, Staat en Letterkundige Dagblad

gevonden op site van Delpher Kranten

Nao Bove

Bron. geschreven door Tiny Feij gepubliceerd in magazine Maastricht Digitaal blz.8, 125 N.V.Sphinx-Ceramique 100, Energiek Maastricht 1850-2000 door M.J.M. Put. Website Regout, Foto glazen buizen, Minckelers, gevelsteen John Kerkhofs, foto Stokstraat gezusters Bams RHCL, foto waterwinkeltje Kleine Gracht Roel Janssen op printerest (Geupload door Elly).

Aonvaank