Wist Geer dat ?

(St.Antoniuseiland Maastricht)

 

WIST JE DAT....

 

...  Maastricht ook een eiland heeft gehad, het zogenaamde St.Antoniuseiland.

Tekening hierboven, de oudst bekende afbeelding dat de Maastrichtse kanunnik Simon de Bellomonte omstreeks 1570 tekende en dat in 1575 gepubliceerd werd in het tweede deel van de atlas Civitates orbis terrarum van Braun & Hogenberg. De Bellomonte tekende een langgerekt, groen eiland in de Maas, waarop een tweetal vrouwen(?) de was heeft uitgespreid om te bleken in de zon. Links achter het eiland zijn enkele schipmolens te zien. (bron: Wikipedia)

Het Sint-Antoniuseiland

Het Sint-Antoniuseiland, ook wel Eiland St. Antonie of (Grote) Griend, is een voormalig eiland in de rivier de Maas in Maastricht. Hoewel onbewoond en zonder vaste oeververbinding, had het eiland in de loop der eeuwen diverse functies voor de stedelingen en hun veiligheid. De naam St.Antoniuseiland komt van de heilige Antonius van Egypte (ca. 251-356), ook wel Sint-Antonius abt genoemd, een populaire middeleeuwse heilige, die de patroonheilige was van de antonieten. Deze kloosterorde had in Maastricht sinds de vroege dertiende eeuw een vestiging, het omstreeks 1850 verdwenen Antonietenklooster. Het vlakbij gelegen eiland in de Maas behoorde tot hun kloostergoederen.

Het Sint-Antoniuseiland lag midden in de rivier de Maas, in het noordelijk deel van het middeleeuwse Maastricht, hoewel geen deel uitmakend van de ommuurde stad. De Maasoevers lagen vůůr 1900 verder uit elkaar, de rechter oever lag ter plekke van de Franciscus Romanusweg. Ten zuidwesten van het eiland lagen in de achttiende en negentiende eeuw twee kleinere eilanden, slechts door een smalle geul van elkaar gescheiden. Het langgerekte en smalle Maasmoleneiland was daarvan het meest noordelijke, genoemd naar de gelijknamige watermolen. Het lag op de plek van de huidige Maaspromenade, evenwijdig aan de Van Hasseltkade. Zuidelijk ervan lag een kleiner eiland, de Kleine Griend genoemd, ongeveer ter plekke van de huidige rondvaartboten.

Op oudere kaarten zijn deze twee eilanden vaak niet te zien. Ten zuiden van Maastricht lag nog een Maaseiland, dat bij de heerlijkheid Sint Pieter hoorde en bekend stond als het Eiland van Sint-Pieter. Het lag rechts van de hoofdgeul, ter plekke van het Gouvernement aan de Maas. Het Sint-Antoniuseiland had de vorm van een bolle lens, een langgerekte, bijna puntige ellips. De zuidelijke punt reikte tot aan de Molenpoort, ongeveer ter hoogte van de huidige Wilhelminabrug (waar de strekdam begint). De noordelijke punt van het eiland reikte tot voorbij de noordelijke stadswal, bijna tot aan de Spoorbrug. Het eiland was circa 750 meter lang met een maximale breedte van circa 100 meter. De oppervlakte bedroeg ongeveer 4 hectare. Feitelijk had het eiland min of meer dezelfde vorm en dezelfde afmetingen als de huidige Griend; alleen lag het circa 60-70 m naar het westen

Tekening hierboven:  Detail van een plattegrond van de vesting Maastricht voor de afbraak, deel 2: "Gezicht op het gedeelte der Vesting aan gene zijde der Maas te Wijk met het eiland St. Anthonij (met lunet Aylva) en Brandwijk, de lunetten de Veye, Zoutelande, Hertell, Turenne, Enghien en de Roij en bastions St. Maarten, het Galgenbastion en Parma". Schaal 1 : 2.500. Formaat: 61 x 100 cm. Collectie RHCL Maastricht, RAL_K_187_1-6_02. (bron: Wikipedia)

Geschiedenis: Quarantaine-eiland

Een van de oudste berichten over het Sint-Antoniuseiland dateert uit de late veertiende eeuw en heeft betrekking op grindwinning in dit gebied. In de Maastrichtse stadsrekeningen is terug te vinden dat in 1399 "kieselinc" werd aangevoerd vanaf de "Gryent", ten behoeve van het werk aan de Wycker stadswal bij de Oeverwal.

In 1403 schonk hertogin Johanna van Brabant het eiland aan het Antonietenklooster, met de bepaling dat de antonieten na haar dood missen moesten opdragen voor haar zielenheil. De schenking werd in 1420 door Jan IV van Brabant bevestigd, op voorwaarde dat er ook missen voor de in 1415 gesneuvelde hertog Anton van BourgondiŽ zouden worden opgedragen. Juridisch behoorde het eiland toe aan de Vroenhof.

Tijdens epidemieŽn deed het Sint-Antoniuseiland dienst als quarantaineplaats voor pestlijders, naast het pesthuis bij de Helpoort. Tussen het eiland en de vaste wal werd dan een schipbrug gelegd en er werden tijdelijke hutten opgericht. Het verzorgen van pestlijders hoorde traditioneel bij de taak van de antonieten, hoewel daar in Maastricht nooit veel van is gebleken. Meestal waren het de cellebroeders die die taak op zich namen. Tussen 1471 en 1669 werden in Maastricht 38 pestepidemieŽn geregistreerd. In 1641 werden op het eiland gevluchte Luikse soldaten geÔnterneerd, mogelijk uit besmettingsangst.

De Maastrichtse kanunnik Simon de Bellomonte tekende omstreeks 1570 en dat in 1575 gepubliceerd werd in het tweede deel van de atlas Civitates orbis terrarum van Braun & Hogenberg een langgerekt, groen eiland in de Maas, waarop een tweetal vrouwen(?) de was heeft uitgespreid om te bleken in de zon. Links achter het eiland zijn enkele schipmolens te zien. Van het Maasmoleneiland en de Kleine Griend is hier nog niets te zien. Van belang is dat het eiland buiten de stadsmuren lag, wat inhield dat een ieder die het eiland bezocht Ė om de was te bleken, om te vissen of om er in het gras te liggen Ė er te allen tijde op bedacht moest zijn om zich op tijd te melden bij een der stadspoorten, voordat die werden afgesloten. De dichtstbijgelegen waterpoorten, eigenlijk niet meer dan poternes, waren de Molenpoort en de Veerlinxpoort, beide te zien op het panorama van Bellomonte. De Maastrichtse amateurhistoricus Martinus van Heylerhoff (1776-1854) opperde dat laatstgenoemde poort haar naam ontleende aan een veerboot die daar vandaan naar het Sint-Antoniuseiland voer. Noordelijker waren nog zeker vier poternes in de stadsmuur langs de Maas, die korte of langere tijd in gebruik zijn geweest. Zo lag bij het Antonietenklooster de Sint-Antoniuspoort ("Sint-Thonis Maseport"), die in 1485 uit veiligheidsoverwegingen werd dichtgemetseld.

Tekening hierboven: Kopergravure omstreeks 1580 door Wolf Dietrich Klebeband uit de universiteit Salzburg. (bron: Wikipedia)

Het is niet bekend wanneer de eerste vestingwerken op het Sint-Antoniuseiland werden aangelegd. Op een plattegrond van Maastricht, die de vestingwerken weergeeft zoals die omstreeks 1565 bestonden is te zien dat op de noordelijke punt van het Sint-Antoniuseiland een min of meer vierkante schans te zien is, de keel gericht naar het zuiden. Aan de linkerflank sluit een borstwering aan, die zich bijna over de gehele lengte van het eiland uitstrekt. Opmerkelijk is dat op het omstreeks dezelfde tijd tot stand gekomen panorama niets van deze verdedigingswerken te zien is. Op diverse plattegronden van het beleg van 1579 blijkt de schans op elk van de vier hoeken voorzien te zijn van een bastion, maar bij het beleg van 1632 lijken die toevoegingen weer ongedaan gemaakt.

Na de inname van Maastricht door Lodewijk XIV (1673-1678) maakte de bekende vestingbouwer Vauban plannen voor de verbetering van de verdedigingswerken. Daarvan werd slechts een klein deel uitgevoerd, waaronder de vervanging van de schans op het Sint-Antoniuseiland door drie diagonaal geplaatste redoutes, waarvan alleen de meest noordelijke bemuurd was. Alle redoutes waren voorzien van grachten, bedekte wegen en een glacis Tevens kwam er een redan, dat in tijden van oorlog dekking moest geven aan de schipbrug naar het vasteland. Dat het eiland in deze periode niet alleen een militair nut had, blijkt uit het feit dat in 1713 zowel de Vrede van Utrecht als de benoeming van DaniŽl van Dopff tot gouverneur van Maastricht gevierd werd met een groots vuurwerk op het Sint-Antoniuseiland

In 1748 lagen de Fransen opnieuw voor de poorten van Maastricht. Tijdens de belegering door Maurits van Saksen waren de fortificaties op het Sint-Antoniuseiland voorzien van negen stuks zwaar geschut: drie drieponders en zes coehoornmortieren. Tijdens de korte bezetting brachten de Fransen de stad in kaart. Vier jaar na het vertrek van de Fransen werd de noordelijke redoute vervangen door een bastion, ontworpen door de directeur der fortificaties, Pieter de la Rive (1710-1771). Het bastion werd vernoemd naar Hobbe Esaias van Aylva, gouverneur van Maastricht van 1749 tot 1772. Van het bastion waren slechts enkele delen bemuurd. Het was voorzien van een kruitkelder onder de linkerflank en een langgerekte kazemat onder de rechterflank.

In 1772 presenteerde de vestingbouwer Carel Diederik du Moulin (1727-1793) zijn "grote project" voor een algehele vernieuwing van de vestingwerken van Maastricht. Van de gerealiseerde en bewaard gebleven delen is de Linie van Du Moulin in de Hoge Fronten het bekendst. Voor het Sint-Antoniuseiland betekende het plan een ingrijpende verbouwing van het bastion Aylva. De laatste wijzigingen aan het bastion vonden plaats in 1856, naar aanleiding van de bouw van de Spoorbrug Maastricht van de Aken-Maastrichtsche Spoorweg-Maatschappij. De aanpassingen moesten ervoor zorgen dat de brug onder vuur genomen kon worden.

Na de opheffing van de vesting Maastricht in 1867 begon de ontmanteling. Eerst werden de stadsmuur en de stadspoorten gesloopt; daarna volgden de buitenwerken, waarbij de aandacht allereerst uitging naar het uit de weg ruimen van obstakels voor de toekomstige expansie van woonwijken, industrie en infrastructuur. Daardoor bleven de vestingwerken op het Sint-Antoniuseiland nog even gespaard.

 

Foto links maquette van Maastricht in de bibliotheek Centre Ceramique met rechts het St.Antoniuseiland. Rechts de naamsteen van Ayla op de Van Hasseltkade. Foto's John Kerkhofs.

In 1880 hadden grote delen van Maastricht last van overstromingen. Het hoogwater was het gevolg van een te geringe doorstroming van de Maas, deels veroorzaakt door het slopen van de stadswallen, deels door de beperkte doorlaatcapaciteit van de brug. In 1884 werd besloten het Sint-Antoniuseiland af te graven, deels om de doorstroming te bevorderen, deels ook om de bevaarbaarheid van de rivier te verbeteren. De Maas had in de loop van de negentiende eeuw haar betekenis voor de scheepvaart verloren, onder andere door de aanleg van de Zuid-Willemsvaart (1826) en het Kanaal Luik-Maastricht (1853). Aan het eind van de negentiende eeuw ontstond de behoefte om de zo goed als onbevaarbare rivier weer geschikt te maken voor de scheepvaart, onder andere met het oog op het kolentransport vanaf de toekomstige Zuid-Limburgse kolenmijnen. Tot de noodzakelijk geachte maatregelen behoorde, naast het afgraven van de Maaseilanden, ook het vervangen van de middeleeuwse Sint Servaasbrug, maar de vernietiging daarvan werd uitgesteld en later teruggedraaid.

Meteen nadat het besluit tot afgraving was genomen, werd een begin gemaakt met de slechting van het bastion Aylva en de twee overgebleven redoutes op het Sint-Antoniuseiland. Het afgraven van het eiland zelf was in 1895 grotendeels voltooid. De geul tussen het eiland en het vasteland werd opgevuld met de vrijgekomen aarde, waardoor de Maasoever een stuk naar het westen opschoof. Een klein deel van het eiland bleef behouden, maar onherkenbaar als eiland. Het nieuwe gebied werd de Griend genoemd, naar een oude benaming voor het verdwenen eiland. De kanaliseringswerkzaamheden van de Maas tussen Visť en Maastricht duurden nog tot na de Eerste Wereldoorlog. Stroomafwaarts van Maastricht gebeurde dat pas in de jaren 1920 en 30

Van de vestingwerken is slechts een naamsteen van het bastion Aylva bewaard gebleven. Deze is op een onbekend tijdstip geplaatst in een plantsoen op de hoek van de Sint Hubertuslaan en de Aylvalaan, wellicht vanwege de naamsovereenkomst. De plaatsing van de steen in deze buurt is enigszins verwarrend omdat hier in de achttiende en negentiende eeuw de lunetten van Aylva lagen. De gedenksteen van Naamse steen draagt het opschrift: "Bastion ∑ Aylva ∑ Aengelegt in t'jaer 1753 ∑ Onder de directie van den ∑ Directeur ∑ De La Rive"

Voorafgaand aan de sloop en afgraving zijn geen opmetingen verricht, noch zijn er foto's, tekeningen of plattegronden vervaardigd, zoals bij sommige vestingwerken wel gebeurde. Zo verdween het eiland vrijwel geruisloos uit het zicht van de Maastrichtenaren, die er eeuwenlang op uitgekeken hadden.

Nao Bove

Bron: tekst en tekeningen Wikipedia, foto's John Kerkhofs.

Aonvaank