Wist Geer dat ?

(Victor de Stuers)

 

WIST JE DAT....

 

... Victor de Stuers als de oprichter wordt gezien van de Monumentenzorg in Nederland ?

Victor de Stuers, Voluit heet hij jonkheer meester Victor Eugène Louis de Stuers,  werd geboren aan de Brusselsestraat 77, op 20 oktober 1843, en is overleden op 21 maart 1916 in Den Haag. Hij trouwde op 30 mei 1893 op 49 jarige leeftijd met Aurelie Caroline Gravin van Limburg Stirum (1853-1908). Samen kregen ze één dochter genaamd Alice. Victor de Stuers, advokaat, ambtenaar en politicus word gezien als de oprichter van de monumentenzorg in Nederland. Hij groeide op in een gezin waar men een levendige interesse had in kunst. Hij studeerde aan het Atheneum in Maastricht en kreeg daarnaast tekenles van Alexander Schaepkens, die door zijn topografische schilderijen van Maastrichtse wallen en poorten bekend was. In 1861 ging hij rechten studeren in Leiden, maar daarnaast hield hij zich bezig met kunstgeschiedenis en aardrijkskunde. Hij maakte en onderhield contacten met hooggeplaatste personen zoals de directeur van het Rijksmuseum van Oudheden en minister Geertsema. Niet lang daarna liet hij van zich horen in de krant van 1867. Hij had veel kritiek op en van de slappe houding van de commissie, die over de Maastrichter stadswallen en poorten moet waken, zodat die niet helemaal werden afgebroken. 

In het jaar 1869 was hij klaar met zijn rechtenstudie. In zijn dissertatie over de verhoudingen van de Volksvertegenwoordigers en kiezers, pleite hij voor het verbeteren van het onderwijs door en van de overheid. Verder wilde hij tot de staat een inventarisatie van kunstvoorwerpen zou maken en een classificatie van de door de staat te verzorgen van historische monumenten. In het jaar 1870 ging hij in Den Haag wonen en opende daar zijn advocatenkantoor. Maar hij legde zich naderhand meer en meer toe op de problemen en over de staat van de kunst bevordering en kunstbescherming. In 1873 publiceerde hij in “De Gids” onder de titel Holland op zijn smalst. Het was een lange aanklacht tegen de stiefmoederlijke manier waarop Nederland omsprong met zijn cultureel en historisch erfgoed. De Stuers’  motto: geef niet van tijd tot tijd uit fatsoen een aalmoes voor de kunst, of een beleefde handdruk, maar ontwikkel structureel kunst en monumentenbeleid, en doe daar het nodige geld bij. Het artikel ging over de grote problemen van en over de staat van veel monumenten en kunstwerken in Nederland. In alle lagen van de bevolking proefde hij dat men niet zo geïnteresseerd was in de staat  van de kunst en monumenten. Hij verweet ook de staat een passieve houding in het kunstonderwijs en de bescherming van de monumenten. Na de publicatie in “De Gids” werd hij op 22 juni 1875 gevraagd en iets later benoemd tot referendaris van het Ministerie van Binnenlandse Zaken, en als chef van de nieuwe afdeling van Kunsten en Wetenschappen.

Met name op het gebied van de monumentenzorg, ’t Museumbeheer en ’t Archiefbeheer heeft hij veel goede dingen bereikt. Samen met architect P.J.H. Cuypers ontwikkelde hij een groot plan voor een museum waar men een grote schilderijenverzameling kon uitbrengen. Tussen 1876 en 1885 was hij betrokken bij de bouw van het Rijksmuseum in Amsterdam. Hij heeft met name zijn stempel gedrukt bij het uitwendige decoratieprogramma van het museum. Samen met Cuypers en J.A. Alberdingk Thijm ontwierp hij een kunsthistorisch visitekaartje van zijn tijd. Maar daar was ook weer verzet tegen hem omdat de ambtelijke kring hem verweet tot hij vaak eigenmachtig optrad. Delegeren en samenwerken met andere mensen lag voor hem niet zo en wat hij eenmaal voor hat dat gebeurde dan ook. Hij richtte ook een Rijksbureau op voor monumentenzorg dat zich actief bezighield met wat in die tijd als monument werd gezien. Door het Rijksbureau werd een begin gemaakt met een inventarisatie van het Nederlands monumentenbestand van voor 1850. Pas in het jaar 1961 kwam in de vorm van een monumentenwet een wettelijke regeling voor de bescherming vaan het bouwkundige en stedenbouwkundige erfgoed in Nederland. Ondertussen was in 1947 het Rijksbureau omgedoopt in de Rijksdienst van Monumentenzorg, een instelling die vandaag nog steeds de monumentenwet uitvoert. Als grote verzamelaar van voorwerpen van geschiedenis en kunst heeft Victor de Stuers in zijn dubbele woning aan de Parkstraat 42-34 in Den haag de “Grote Zaal” ingericht. Alice de Stuers, Victor de Stuers dochter en erfgename, die met haar man Willim Edward Gatracre, die de bekende tuinen van de Wiersse vorm gaf, verplaatste de ”Grote Zaal” van Den Haag naar Vorden. Daar heeft ze een passende ruimte vaan het bouwhuis van de Wiersse gebruikt, om haar vader zijn zomerverblijf daar verder onder te brengen.

Victor De Stuers overleed in Den Haag op 21 maart 1916, maar hij werd begraven in het familiegraf in Maastricht. Het familiegraf is prominent gelegen op een kruispunt van paden op het oude deel van de algemene begraafplaats aan de Tongerseweg in Maastricht. Het markante monument dat het graf siert is bijna zeven meter hoog. Het basement bestaat uit vier treden die vervolgens een sokkel ondersteunen waarop een obelisk is geplaatst. De obelisk wordt bekroond door een bronzen kruis. Op enkele zijden van de sokkel zijn de namen van de alhier begraven vermeld. Naast De Stuers liggen hier ook zijn echtgenote, diens ouders en twee van zijn broers die werkzaam waren in diplomatieke dienst. (2002)

Jaarlijks wordt sinds 1987 de Victor de Stuersprijs uitgeloofd door de gemeente Maastricht. Deze prijs is bedoeld voor architecten, opdrachtgevers of instellingen die een belangrijke rol spelen bij de instandhouding van het cultureel erfgoed of de bevordering van de stedenbouwkundige of architectonische kwaliteit in de stad Maastricht. De prijs wordt in even jaren toegekend aan een nieuwbouwproject en in oneven jaren aan een restauratieproject.

Winnaars van de architectuurprijs waren onder anderen: Wiel Arets (1987), Arno Meijs (1998), Hubert-Jan Henket (2000), Jo Coenen en Bruno Albert (2008), Fred Humblé (2012) en Mathieu Bruls (2014). De erfgoedprijs werd onder meer toegekend voor de herbestemming van grote monumenten door de Universiteit Maastricht (1993) en de restauraties van de Sint-Servaasbasiliek (1990), de Oude Minderbroedersklooster (1997), de Jezuïetenberg(2001), het Kruisherenhotel (2005), de Kasteelhoeve Borgharen (2009) en het Huis de Pelikaan (2011). 

Bron website: Mestreechtenere, Wikipedia, blog Jos Perry. Artikel De Limburger en Leon Bok, Facebook Gerdo van Grootheest.

Nao Bove

Aonvaank