MestreechterSteerke

'Wie ontstoonte de 50 Keigeleers'

 

De '50 Keigeleers'

 

Volgens Olterdissen deed het kegelsport in de 16e eeuw zijn intrede, in de 17e eeuw  was zij er algemeen. Bij 't oude kegelspel had de bal een middellijn van een onderarm, was van eikenhout gedraaid, met dikke spijkers beslagen en van gaten voorzien voor den greep met duim en vingers. De plank had slechts de lengte van zes of zeven voet voor den aanzet, de bal baande de rest van zijn weg over het grind. Dit was de aarde of zoogenaamde 'drekbaan'.

De kegelsport is bij mijn schoonfamilie traditie, niet alleen is mijn vrouw, haar vader en haar broer Nederlands Kampioen maar was mijn schoonvader Harie Aarts sterk verbonden met de kegelsport, in het begin waren deze van hout en moesten regelmatig bijgeschaafd worden omdat door het 'gooien' van de ballen een gleuf achter liet, als timmerman met het erbij horende oog was hij tot ver in Brabant de enige die dat deed. Mijn schoonvader zag met één oogopslag of iets waterpas was of niet, een vakman van de oude stempel. Maar goed, dit gaat over de Maastrichtse vereniging 'De Vieftig Keigeleers'.

Het verhaal komt uit de hand van dhr.L.G.N. Huijnen, secretaris K.C. de 50 Keigeleers op een email van mevr. Ellen op het forum van 'Mestreech Online'. De resterende leden van de club werden op zaterdag 5 november 2011 nog geïnterviewd door dhr. Giel Hendrix van de Dagblad de Limburger, dat artikel kunt u HIER vinden. De foto wat in het artikel gebruikt wordt is van de website van de Utrechtse Kegelbond en geeft een mooi tijdsbeeld weer.

Het hele artikel is te downloaden via het fotoalbum van dhr. C.M.(Breur) Henket op deze LINK. Onderstaand het bewuste schrijven van dhr. L.G.N. Huijnen, geschreven in de oude stijl.

   

KEGELPALEIS THANS ZUSTERS KLOOSTER

Een merkwaardige omstandigheid is het feit, dat het vroegere kegel – en feest casino op de Bleekery thans als Carmelitessen klooster in gebruik is. Hier rolden de kegelballen rommelend over ’t hout, klepperden de kegels, en was er een druk gedoe van toneeluitvoeringen, en heerschte de statige feeststemming van bals der gegoede Maastrichtsche burgery.

Het is wel een hemelsbreed verschil met de heersende stilte in de huidige kloostergangen, met de stemmigheid van biddende en overwegende nonnekes, en de ingetogen ernst dezer aan God gewyden maagden. In het jaar 1870 vierden “De 50 Keigeleers” hun negenjarig bestaan.

 

“DE GREUNEN” SCHEIDEN ZICH AF.

In het jubileum – programma van bals, concerten, en toneelavond prykte dat jaar als hoofdschotel van het feesten menu ’n grote korpswedstrijd voor de leden van de jubilerende kegelclub. Oudergewoonte mochten de honoraire leden, die ter onderscheiding van de werkers by de “50 keigeleers” een groene kokarde droegen, en daarom “De Greune” heten niet aan dit kegelfestyn deelnemen.

Uit de Mastreechter Keigelvereiniging de: 50 Keigeleers”is dus later de vereeniging Kunst en Vermaak ontstaan, waaraan de oude benaming “De Greune” trouwens nog herinnert.  De mondelingen geschiedbeschryving van de club wil, dat de voorzitter Vlasloir zich tydens een heftig dispuut by het geschil met de “ Greune” de woorden lieten ontvallen: “Geer blyf met eur puu vaan de balle aof”. Deze uitval welke de directe oorzaak was van het ontslag namen door 19 Groenen, is een gevleugeld woord gebleven in de kegelaarskringen.

Toen het Casino enkele jaren later onder de hamer kwam, en een andere bestemming kreeg, verhuisden de “50 Keigeleers”naar de kegelbaan in het café Dolhain naast het Casino. Het was omtrent 1890 dat de club opnieuw verhuisde, weer naar een andere café (Jacobs) op de Bleekery van St.Pieter. (Afbeelding Facebooksite van RHCL)

VERVAL en BLOEIPERIODE

De “50 Keigeleers” bleeken voorbestemd te zyn, telkens door ruzies in de vereniging aanleiding te worden tot het stichten , telkens door ruzies in de vereniging aanleiding te worden tot het stichten van nieuw bekend geworden vereenigingen. In bovengenoemde periode scheide zich opnieuw een aantal jongere leden af en vormde de rederykerskamer “August Clavereau” met annex kegelclub en zich vestigde in het lokaal “Aux Champs Elysée” gelegen onder de rook van Maastricht.

“De Vieftig” danig verzwakt door deze amputatie nam wederom haar mars, en toog in 1905 naar het Casino “Villa Tavern” het tegenwoordige café “Terminus” in het Villapark. Aldaar werd de vereniging wat nieuw frisch leven ingeblazen; het ledental breidde zich wederom uit, nieuwe krachten traden tot de tooneelafdeling toe en opnieuw trad “De Vieftig’ in eigenlyke zin  voor ’t voetlicht.

En doch de opleving bleek slechts van korten duur te zyn: In 1906 gaf de georganiseerde tooneelafdeling haar laatste uitvoering, en nadien werd de beoefening der tooneel kunst beperkt tot een jaarlyksche revue in het sociëteitslokaal. Wederom traden vele leden uit de vereeniging, en de eenmaal om haar vermaak en gezelligheid, de gunstig te boek staande “Vieftig” werd gereduceerd tot een kegelclub. In deze misschien moeilyke periode van het bestaan der “Vieftig” is het vooral aan voorzitter Dittrich te danken geweest, dat de club niet ter ziele ging. 

Daar het ledental by “De Vieftig Kegeleers”weer met een groot aantal leden n.m.l. 30 in getal werd toegenomen, kwam steeds de klacht dat vele niet aan het spel konden deelnemen, aangezien ze maar over één kegelbaan de beschikking hadden. Het zou jammer zyn wanneer zy St.Pieter zouden moeten verlaten, daar de vereeniging reeds 54 jaar op St.Pieter gevestigd is, en steeds alle gunste van de Burgemeester heeft, daar de toenmalige burgemeester de weledele heer Ceulen sinds de oprichting in 1861 eerevoorzitter was, waarna diens zoon eveneens burgemeester van St.Pieter, en nu is het de kleinzoon de Edel Achtbare Heer Leon Ceulen , men ziet dat er traditie in het bestuur is.

Er is toen contact opgenomen met de bierbrouwery “De Zwarte Ruiter” om hierin een verandering te brengen door het plaatsen van een tweede kegelbaan. Maar al onze pogingen heeft als resultaat geleid dat de brouwery niets wenste te veranderen. Door het bestuur is dan unaniem besloten om naar een andere kegelgelegenheid te gaan uitzien. Het plan was dan ook om hun intrek te gaan nemen in “De Rooden Haan” om de vereeniging op St.Pieter gevestigd  te houden. In 1916 scheen er een nieuwe betere tyd aan te breken voor de “50 Keigeleers” toen de club haar lokaal wederom vestigde by Martens aan de Scharnerweg. Maar deze verwachting was wederom van korte duur. (bron afbeelding onbekend)

Het volgend jaar reeds ontstond er opnieuw oneenigheid en de leden die de “Vieftig” de rug toekeerde vormde een nieuwe kegelclub genaamd “Limburgia”. Later hebben de leden van de oude en nieuw gevormde vereeniging elkaar niet meer leelyk aangekeken, maar in de maanden na de afscheiding stapelde de moeilykheden zich op, dat de “Vieftig”van lokaal deed verhuizen, en naar het feestgebouw der Mastreechter Staar trokken. We waren nauwelyks gewend in onze nieuwe omgeving, of daar maakte de Mobilisatie een einde aan de pret. De militaire moeseten de zaal hebben, en zo bleven wy geruimen tyd van het kegelen verstoken. Ze bleven een paar jaar in het Staargebouw, om ten slotte de kegelbanen van Terminus als vast lokaal re huren.

Op 1 Augustus 1917 kwam de voorzitter Dhr. L.Dittrich te overlyden, na in zyn leven gedurende 46achter een volgende jaren het voorzitterschap te hebben uitgeoefend, en was dit voor de vereeniging een zeer zwaar verlies.  Als nieuw bestuurslid in de vacaturen Dhr.Dittrich werd toen gekozen Dhr. l. Janssen. Op 30 april 1920 nam Dhr. Janssen ontslag als voorzitter, en werd hier opgevolgd door Dhr. Jos Hoen. In dit jaar ontstond weer onenigheid in de club, daar enkele leden hun vrouwen mee naar de clubavond brachten. Het schynt dat door de vrouw, hoe aardig en lief ook, steeds tweespalt moet komen. Het kamp werd verdeeld in twee partyen, de eenen voor, de andere tegen toelating der vrouw by het kegelspel. Tegen won, doch de voorstaanders vonden het een beleediging voor hun vrouwen en richten een nieuwe gemengde kegelvereeniging op onder de naam “Klein Hamburg”. Het schynt door het uitsnyden van dit kankergezwel, het vereenigings leven in de “50 keigeleers” veel goed heeft gedaan, daar het onder voorzitterschap van onze vriend Hoen het veel gemoedelyker toegaat.

Daar is o.a. in 1921 ’t diamanten jubileum der vereeniging aangebroken, die met luiterryke kegel festynen gevierd werd, er is een daverend nationaal concour gehouden. Deze feestelykheden werd geopend met een zeer druk bezochten receptie die gehouden werd in de redoutezaal, en het feest hiermede officieel opende. Het bestuur der “vieftig” in groot gala, met zyn eere voorzitter Den Heer Leon Ceulen ex burgemeester van het onlangs by Maastricht ingelyfde St.Pieter hadden heel wat gelukwensen in ontvangst te nemen. Opgetogen en met geestdrift bezield verlieten ze de gezellige redoutezaal, om zich op het grote kegelfestyn te gaan voorbereiden.

Ter afwerking van het feestprogramma vereenigde op Zondag 22 Mei de  heeren leden der “Vieftig” met hun dames zich aan een feestbanket in Hotel L’Univers alwaar het gezellig toeging. ’s Avonds hadden zich de kegelaars begeven naar de redoute zalen, alwaar een rendez – voius werd gegeven met een groot bal. Op het bal heerste een prettig kamaraad schappelyke geest, tot het klokje in het midden nachtelyk uur iedereen ten zeerste voldaan en in goede stemming huiswaarts keerde. Tot slot is nog te vermelden dat het bestuur der “Vieftig” het volgende telegram aan Hare Majesteit Koningin Wilhelmina werd opgesteld en verzonden.

De Vereeniging “De Vieftig Keigeleers” feestelyk vergaderd d.d. 15 Mei ter herdenking van hun zestig jarig bestaan, betuig Uwe Majesteit de eerbiedige gevoelens van verknochtheid en onwankelbare trouw.

J.Hoen, Voorzitter.

’t Welk eerdaags daarna kon worden verzonden, en waarop Dinsdag ochtend onderstaand antwoord werd ontvangen.

Hare Majesteit draagt my op de Vereeniging Haar dank over te brengen voor de gevoelens neergelegd telegram.

Ten Broeckt – Hoekstra, Adjudant.

 

HET VERDERE VERLOOP

De laatste twintig jaar verliepen kalm zonder byzondere feesten, maar ook zonder noodlottige meeningverschillen waarmede de “Vieftig Keigeleers” in de eerste zestig jaren van haar bestaan zooveel te kampen had. “De Vieftig” tellen geen vyftig leden meer, ze hebben zelfs nog geen twintig kegelbroeders meer, maar deze beoefenen hun prettige gezonden kegelsport met grote toewyding, onder de rustige leiding van den Heer Jos Hoen, die nu sinds 1921 de voortreffelyke, goedige, en toegewyde voorzitter is, en nu op 5 April 1930 zyn 25 jarig lidmaatschap van de kegelclub “De Vieftig Keigeleers” op feestelyke wyze werd herdacht.

 

“DE VIEFTIG KEIGELEERS”IN HUN 75 JARIG BESTAAN.

Op 25 April werd wederom deze feestelykheden geopend met een zeer druk bezochten receptie. In de maand Mei werd een wedstryd ter herdenking van dit jubileum gehouden. Deze wedstryd was er geen op grote schaal. Hy werd slechts gespeeld tussen leden en oud leden. Want de tydsomstandigheden maakte een viering van dit ongetwyfeld zeldaam jubileum met grotere luistert niet mogelyk. Het feestbanket kenmerkte zich weer door gezelligheid onder de leden en echtgenoten. Wat zullen de mannen van Jos Hoen vanavond trotsch op hun verleden zyn. Wat zullen ze met vele plezier met genoegen herrinneren dat soms zo hoog liep, dat men de daken van de kegelbaan beklom in het nachtelyke duisternis, om van louter plezier in de schoorsteen vreugde vuren te ontsteken, vreugde vuren die voor de kegelaars die nog binnen waren wel een soort gasaanval betekende. Een uitleving waarvan by dit nobelspel opgedane vrolyke levensmoed. In de feestrede welke door de voorzitter werd gehouden, dienen we ook te denken aan de echtgenote van onze kegelbroeders. Zy waren de trouwe wachteressen buiten het terrein van den stryd. Zy hebben dikwyls lang gewacht. Laten we het van al deze 75 jaren bijeen tellen. Maar, wat waar is, is waar, de echtgenote van een kegelaar, die haar roeping begrypt slaapt rustig in,  en wacht niet in gramschap, en misschien in ’t ergste geval met enig huisraad bewapend op den rand van het bed de wellicht ietwat late thuiskomst van haar wederhelft op te wachten. Want weet tel wel dames, een kegelavond is voor Uw echtgenote een sanatorium verblyf voor nieuwe levensmoed. En wat is nu triester, dan wanneer een kegelaar deze levensmoed by zyn thuis komst zich moet zieb ontvallen door een min of meer pynlyk weerzien.

Denkt allen eens wat ’t gekost heeft! Weest wyzer, en profiteert mee van de opgedane zonnigheid. Dan zult U iedere week ervoor waken dat uw echtgenote toch vooral niet te laat ter kegelbaan tygen, en zult U steeds meer meegenieten aan de vreugde, zodat het niet meer dan billyk zyn zou, dat de kegelvriendinnen Jos Hoen den praeses van de “Vieftig” op deze gedenkwaardige dag een krans om ’t moegeregeerde hoofd zouden hangen, waardoor zy meewerken, het 75 jarig leven wellicht tot honderd jaar te verlengen.

 

HET VERDER VERLOOP DER 50 KEIGELEERS

In het jaar 1944 werd het kegelspel voor ruim een jaar lam gelegd, daar de banen wegens de bezetting der Amerikaansche Militaire waren in beslag genomen. Toen deze na ongeveer een jaar weer werden vry gegeven, bleek het gebouw en de banen ernstig beschadigd te zyn, en de inhoud van materialen zoals kegelschoenen, kegelballen, enz. geplunderd te zyn. Dank zy zeer vele moeite van enkele leden K. Lindelauff en Fr. Mobers e.a. kwamen de banen weer in gebruik, zodat op 19 januari 1946 de kegelsport weer heropend kon worden.

 

ONZE PRAESES JUBILEERT

Op 5 April 1945 was onze praeses Sjo Hoen 40 jaar lid van de “Vieftig Keigeleers”, en het tweede byzondere feit was, dat hy in het zelfde jaar op 8 juli 1945, vyf en twintig jaar de voorzittershamer heeft gezwaaid.

Aangezien Holland nog niet bevryd was van de Duitschers, en er nog veel leed te doorstaan had, kon dit byzonder feest niet gevierd worden. Deze jubilaris is dan ook nog steeds een der beste kegelaar van zyn club en de M.K.B. niettegenstaande dat hy ruim 70 jaar is.

Op zondag 7 juli 1946 had men zonder zyn mede weten een feestvergadering uitgeschreven, want hy zelf voelde er niets voor om zo in de hoogte gestoken te worden. Om 12 uur werd in hotel L ‘Univers waar hy ook geen onbekende is genoemde vergadering geopend, en hem duidelyk gemaakt dat er nu een receptie gehouden zou worden, en toen kon hy zich niet meer aan onttrekken. Op de gehouden receptie omringde een bloemenschat den jubilaris.

 

HET GETAL VIJFTIG

Dat 5 April steeds een byzondere datum is, blykt wel hieruit dat ook weer op deze datum onze eere voorzitter Sjo Joen het vyftig jarig lidmaatschap werd herdacht, en het getal 50 met de met de “Vieftig Keigeleers”vereenigde.  Deze huldiging die in Terminus plaats vond, werd in de kring van clubleden en oud leden met een gezellig samenzyn gevierd.

 

ONZE PRIJZEN KASTEN

Dat de kegelsprort by de “Vieftig Keigeleers” wel in goede handen is, bewyst wel onze pryzen kasten vol medailles, bekers, lauwerkransen, ere takken, kampioensschappen en ere pryzen in de kast bij Hotel L’Univers.

 

Weetje:

Uit de Memoires van I.Ph.S. Nijst (1900-1989 )

Een bloeiende mannenvereniging was "De vieftig keigeleers ", die op een gegeven moment de "Maestrichtoise" oprichtte, een mannenzangvereniging, die hoofdzakelijk ten eigen genoegen een lieder-repertoire uitvoerde. Hoe weinig serieus de opzet was, bleek wel uit de keuze van de 'directeur' uit hun midden. Dat was de "tottel Wesly", die zijn bijnaam te danken had aan het stamelend en toonloos aangeven van de begintoon van de uit te voeren gezangen.Toch zou uit deze "Maestrichtoise "de latere Maastrichter Staar groeien! (blz30)

Naor Bove
Bron Forum MestreechOnline, MijnAlbum C.M.Breur Henket,Website Utrechtse kegelbond, Delpher kranten, Memoires van I.Ph.S.Nijst.

Aonvaank