Wist Geer dat ?

(Hendrick Broeckmans doodgraver?)

 

WIST JE DAT…

… het college van kerk- en armenmeesters van de Wyckse Sint Martinuskerk in 1721 een nieuwe doodgraver aanstelde in de persoon van Hendrick Broeckmans ? Dit blijkt uit een archiefstuk, genaamd “Conditien en Voorwaerden waerop Hendrick Broeckmans wort aengestelt als grever van de parochiale kercke van St Marten tot Wijck”. Dit document bevat derhalve diverse voorwaarden waaronder zijn aanstelling als doodgraver van de parochie plaatsvond.
Zo werd bijvoorbeeld de gage van Hendrick vastgelegd, waarbij een onderscheid werd gemaakt tussen de overledenen die begraven werden in de kerk en de overledenen die hun laatste rustplaats op het kerkhof kregen. Voor een graf in de kerk waarop een grote zerk kwam te liggen mocht hij bijvoorbeeld een bedrag van maximaal acht gulden in rekening brengen. Een kindergraf in de kerk mocht maximaal een gulden opbrengen, “en somtijts meer, naer advenant dat de kinderen groot sijn”.


Een graf op het kerkhof voor een bejaarde persoon mocht maximaal een gulden en tien stuivers kosten, “doch soo een swaer cruijs gesoncken was en geheft moest worden, alsdan zal hij ijt meer vraegen, en anders niet”. Liefdadigheid werd ook verwacht van Hendrick, zo mocht hij voor een graf op het kerkhof voor “armelieden” niets in rekening brengen. Hij moest in zulk een geval “de graven om godtswille maecken”.


Buiten zijn taken als doodgraver werden van Hendrick ook andere taken verwacht van het college van kerk- en armenmeesters. Zo moest hij bedelaars uit de kerk verwijderen, en moest hij tijdens kerkdiensten samen met de koster aanwezig zijn “om de jonckheijt te helpen houden in stilte en belitten alle inconvenienten, op dat de Christelijke leeringe met meerdere gestightigheijt tot glorie godts magh geschieden”. Ook was hij verplicht “de kerck te keeren, het paveijtsel gelijck en egal te houden, als t gesoncken is de steenen opheffen, zonder dat hij hiervoor een extra vergoeding onvangt”
 

(Bron:
Op de afbeelding een kopergrave uit 1694 van Jan en Casper Luyken ("Spiegel van het menselyk bedryf")

Bron Regionaal Historisch Centrum Limburg, Archief H. Martinus I, inventarisnummer 41 (RHCL)

Nao Bove

Aonvaank